VAATSTRA – RAPPORT HANS AKERBOOM
13 november 2011
Door op 10:29


In 2006 verscheen een rapport – over de zaak Vaatstra – van oud-rijksrechercheur Hans Akerboom op de website van Hilbrand Nawijn. Toen Nawijn enige tijd later – na een fikse ruzie met vader Vaatstra – uit de ‘Marianne Vaatstra Stichting’ stapte, verdween ook het rapport van zijn website. Hierdoor is het rapport – nu jaren later – niet meer op internet te vinden. Via een internetarchief hebben wij echter het rapport weten te achterhalen.

AAN: Groep Nawijn Tweede Kamer.

t.a.v mr. H.P.A. Nawijn.

Onderwerp.

Marianne Vaatstra.

Geachte heer Nawijn.

Uw transparantie naar de burger ondersteun ik. Burgers en vooral politiemensen hechten bijzonder aan het recht op privacy. In mijn memo staat zeer privacy gevoelige informatie. Om die reden heb ik het memo in een rapport verwerkt. Ik heb getracht de opbouw geen geweld aan te doen. Wel heb ik de namen en bijzondere aangelegenheden geanonimiseerd door toekenning van een nummer. Sommige paragrafen heb ik weggelaten. Zeer specifieke sporen benoem ik evenmin. Niet opgenomen zinsnede wordt aangeduid met (…..). Ik besef dat de leesbaarheid hierdoor wordt bemoeilijkt.

Met vriendelijke groet,

Hans.

Rapport.
Algemeen.

(…….) De heer Vaatstra sprak vrij uit en had zijn emoties onder controle. Op de momenten dat de politie en het openbaar ministerie aan de orde kwamen, sprak hij regelmatig met stemverheffing en ongenoegen. Volgens Vaatstra heeft het eerste onderzoeksteam, onder leiding van OvJ De Graaf, grote fouten gemaakt.

Vaatstra lijkt zeer goed op de hoogte te zijn. Hij kent juridische termen en het politiejargon is hem niet vreemd. Hetgeen hij vertelt, komt plausibel over. Enkele cruciale punten en/of vragen houden hem nog immer bezig. Bij navraag bij het OM en de politie stuit hij op een dikke muur. (Opm. Zie hiertoe de brief die Vaatstra recent van de hoofdofficier heeft ontvangen. Dit “botte” schrijven leidt niet tot de gewenste sfeer, laat staan tot goede communicatie – met OvJ De Graaf-).

Volgens Vaatstra hield de teamleiding bij de start van het onderzoek de bewoners van het asielzoekerscentrum direct buiten een eventuele verdenking. Door (…..) werd gesproken in de trant van “Die kant gaan we niet uit.” Meerdere personen kunnen hierover verklaren.

Vaatstra heeft zo nu en dan contact met de media (……..) en enkele rechercheurs. In de nacht van 30 april op 1 mei 1999 is Marianne vermoord. Vaatstra vond zijn vermoorde dochter. Inmiddels zijn vele details publiekelijk geworden. Dat gedeelte laat ik buitenbeschouwing. Niet alle onderzoeksgegevens zijn naar buiten gebracht. Vaatstra kent enkele items.

De moord op Marianne wordt (alleen door Vaatstra?) als “de perfecte moord” omschreven. De dader heeft nagenoeg geen sporen achtergelaten. Sperma leidde tot een daderprofiel. Uit het gesprek met Vaatstra heb ik zeven items geselecteerd. Ik benoem deze in willekeurige volgorde. In gesprekken worden (later) ook andere items belicht.

Geselecteerde items.

Grootschalige DNA onderzoek
Zoals aangegeven moesten de bewoners van het asielzoekerscentrum met “handschoenen” worden benaderd. In ieder geval mocht het accent niet op die groep worden gelegd. Zijzelf wilden DNA materiaal afstaan. Van ongeveer 800 personen is DNA materiaal afgenomen. Ze behoren tot één van de volgende categorieën;

de discogroep
eerder veroordeelden uit de omgeving en
zelfmoordenaars.

Volgens Vaatstra wilden politiemensen geen DNA materiaal afstaan. Ze zijn namelijk niet in een bepaalde categorie onder te brengen.

(…..)

Destijds heeft Peter R. de Vries gepleit voor een groot DNA onderzoek. De politie was daar voor, maar de hoofdofficier van justitie Den Hollander en de officier van justitie Vriezen niet. Ook een soortgelijk verzoek van Vaatstra om binnen een straal van bijvoorbeeld 15 km een dergelijk onderzoek te verrichten, is niet gehonoreerd. De politie had wel 6.000.000,– gulden “klaar liggen”.

2. Onderzoek bij het Engelse “Forensic Sience Service” FSS.
Sporen op het lichaam van Marianne duiden er op dat haar handen/polsen vastgebonden zijn geweest. Het materiaal dat daarvoor is gebruikt, is niet aangetroffen. Volgens Vaatstra zijn die verwondingen en het materiaal dat dat letsel heeft veroorzaakt niet voldoende onderzocht .

A106 (………..) heeft Vaatstra in vertrouwen het volgende medegedeeld. “Om vast te stellen waarmee de handen/polsen van Marianne daadwerkelijk gebonden zijn geweest, is een onderzoek bij het Forensic Sience Service in Engeland aanbevelenswaardig. (Opm. De evenknie van het Nederlands Forensisch Instituut). Dergelijke onderzoeken hebben vaker plaatsgevonden. Het vermoeden is dat de polsen van Marianne niet met een touw gebonden zijn geweest, maar met (een) handboei(en). In Engeland kan men dat uitsluitsel vermoedelijk geven.” A106 noemde hierbij de naam van een persoon die werkzaam is of connecties heeft met medewerkers bij het Nederlands Forensisch Instituut.

Vaatstra dient, volgens A106, dat onderzoek zelf te bekostigen. Hij kan contact opnemen met de desbetreffende persoon. (opm. gegevens bij rapporteur.) Vaatstra mag dit absoluut niet aan de politie mededelen, omdat zij dan (volgens A106) vermoedelijk de hakken in het zand zal zetten.

3. (…..)

4. Uit het onderzoek gestapte politieambtenaren.
A. Uit het 1e onderzoeksteam zijn twee rechercheurs gestapt omdat zij het met de teamleiding niet eens waren en niet over weg konden met het uit te voeren beleid. Dit gegeven heeft Vaatstra vernomen van een politieman. De namen van de rechercheurs zijn hem onbekend. (……)

B. Een andere rechercheur (……..) heeft na de afronding van het eerste onderzoek uit ongenoegen de politie verlaten. (…..)

5. Second opinion.
Het politieonderzoek leverde niet het gewenste resultaat op. Het second opinion onderzoek, onder leiding van de advocaat-generaal mw. mr. L. van Dijk bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, leidde er toe dat een ander team opnieuw een onderzoek moest instellen. Die commissie (en ook het nieuwe team) heeft (hebben) het onderzoek van het 1e team zwaar bekritiseerd en daar geen spaan van heel gelaten! Volgens Vaatstra heeft hij aan het second opinion team veel gegevens verstrekt en toch heeft hij, ondanks dat, geen inzage in de uitgebrachte rapportage gekregen. Vaatstra is daar zeer verontwaardigd over.

6. Gesprek met OvJ De Graaf.
Officier van Justitie De Graaf was zaaksofficier. Vaatstra heeft hem nimmer persoonlijk gesproken. Hij wil alsnog een gesprek met hem om in ieder geval uitsluitsel te verkrijgen op de vele vragen die nog steeds bij Vaatstra leven, zoals

waarom heeft het second opinion-team geen spaan heel gelaten van het 1e onderzoek,
waarom houden leden van het openbaar ministerie elkaar de hand boven het hoofd,
waarom heeft De Graaf nimmer contact met Vaatstra opgenomen,
waarom liegt de hoofdofficier van justitie Den Hollander in zijn laatste brief,
waarom werden de bewoners van het asielzoekerscentrum van meet af aan buiten schot gehouden en
waarom werden speurhonden teruggeroepen toen zij een spoor volgden richting het asielzoekerscentrum in Kollum.

(…..) Den Hollander houdt – in zijn brief – een gesprek tussen De Graaf en Vaatstra af.
(…..)

Gesprekken.

1. (………..)
2. (…….…..)

Op 1 mei 1999 was A110 (…….) onderweg (………), toen hij werd opgebeld door Ineke, de dochter van Vaatstra, met de mededeling dat haar zus Marianne was vermoord. Tevens kreeg hij het verzoek van haar om de familie te ondersteunen. A110 belde daartoe met zijn leidinggevende A112 en vroeg toestemming. Hij moest navraag doen. Inmiddels had A110 besloten (…..)Vaatstra te helpen. Van het korps kreeg hij te horen dat ‘t hem niet werd verboden, maar werd afgeraden.

(………) A110 was onder andere de liaison tussen het korps en de familie. Hij sprak niet inhoudelijk met de collegae. Evenmin keek hij in de politiebestanden, die overigens in zo’n onderzoek grotendeels zijn afgeschermd. Ook heeft hij zich niet bemoeid met de rechercheurs van het RBT. Er draaiden destijds minimaal 3 andere teams dus niet de meest super rechercheurs zaten op de zaak Marianne. A110 regelde en was bij de gesprekken met journalisten, justitie, de burgemeester en verzorgde in belangrijke mate de begrafenis.

Er werd een (politie)familiekoppel aangesteld. Dat was niet zo’n succes want één rechercheur daarvan woont in het dorp en is een kennis van Vaatstra. Die rechercheur deed uitlatingen in het voordeel van Vaatstra die hij later niet waar kon maken. Dat liep dus verkeerd af. In het begin was het onderzoek hoofdzakelijk rond en op de PD gericht. Een ruim omgevingsonderzoek werd echter nagelaten; binnen het AZC (wie wonen en werken daar, wie waren die dag op bezoek) de hotelgasten en vrienden en andere bekenden van bewoners werden buiten beschouwing gelaten. Later ging men daar wel achteraan en toen bleken de lijsten met de gegevens van de asielzoekers (uit de auto van de directrice van het AZC) te zijn gestolen.

Er zijn beveiligers van het AZC die tips aan de politie en de familie hebben verstrekt. Volgens de politie zijn die onderzocht. Helaas, zo verwoordde de politie, heeft dat geen concrete aanknopingspunten opgeleverd. Zo’n antwoord komt, volgens A110, (bij de familie) niet bevredigend over. Hierdoor blijft de achterdocht hoogtij vieren.

Het 1e team wilde een DNA onderzoek. Het daderprofiel gaf een x-aantal criteria aan, zoals een jonge jongen, wonende bij zijn ouders en in de omgeving van de pd. Het DNA onderzoek – binnen een bepaalde straal – werd door het OM niet gehonoreerd. Toen later de zaak aanhangig werd gemaakt door Peter R. de Vries, de gebr. Anker en Moskovitch mocht niemand van het team naar de rechtszaak. Het OM won de zaak. Redenen daartoe waren dat het daderprofiel was gewijzigd en de omtrek waarbinnen DNA onderzoek moest plaats vinden kennelijk uit de losse pols was vastgesteld. Volgens A110 schijnt de second opinion commissie het afwijzen van het DNA onderzoek als een minpunt te bestempelen.

Ruim een jaar na de moord vond de second opinion plaats. Veel fouten schijnen te zijn gemaakt en het opsporingsteam heeft kansen laten liggen. Welke dat daadwerkelijk zijn, is bij A110 niet bekend. Hij vernam dat in algemene zin van collegae, doch zij gingen daar zaakinhoudelijk niet op in. A110 raadt aan het 2e familiekoppel (o.a. A103) daarover te interviewen. Zij kennen die items en kunnen (dus) veel vertellen. Het is A110 bekend geworden, dat rechercheurs onvrede hadden. Waarover is hem onbekend. Hij weet evenmin de namen.

Met het 2e familiekoppel liep het niet goed. Vaatstra kreeg geen antwoorden en ging naar justitie. Die communicatie liep helemaal niet, temeer omdat de contact ambtenaar van justitie (…….) bij de familie thuis anders opereerde dan in het gesprek waarbij de OvJ en de HovJ aanwezig waren. Om die reden is overgegaan naar een schriftelijke communicatie. Dat verliep van justitiezijde uit heel formeel en het duurde lang voordat antwoord werd verkregen. Volgens Vaatstra heeft/hebben de politie en/of justitie de zaak gefrustreerd omdat daartoe kennelijk noodzaak was

(………) De overheid is – naar de mening van A110 – niet transparant geweest. (……….)

Volgens A110 kun je daar voorlopig weinig aan veranderen zolang de politie die geruchten ontkent en het dossier gesloten blijft voor de familie en anderen.

3.

(……….)

Het 2e second opinion onderzoek (……….) kent hij. De stelling dat de commissie geen spaan heeft heel gelaten, vindt hij te zwaar aangezet. Hij geeft aan dat “noodzakelijke kwaliteitsverbetering” een betere formulering is. De uitslag was dat sommige items beter onderzocht hadden moeten worden.

De familie Vaatstra had de idee dat zij niet serieus werden genomen en dat de politiek het onderzoek overrulde. A104 ontkent dat in alle toonaarden. Niemand weerhoudt de politie van een diepgaand onderzoek naar een gepleegde moord; met andere woorden, indien het AZC direct in het onderzoek betrokken had moet worden, dan was dat geschied. A104 stelt dat hij niet de indruk heeft dat in het begin het AZC bewust buiten het onderzoek is gehouden. Volgens A104 heeft Vaatstra gelijk als hij zegt dat het 1e team veel heeft laten liggen. Hij benoemt ze niet. Ze staan in het rapport van Van Dijk. Op mijn vraag het rapport te mogen inzien, kreeg ik een negatief antwoord.

Het was destijds – bij de start van het eerste onderzoek naar de moord op Marianne – inderdaad een drukke periode voor de politie. Meerdere RBT’s draaiden. De mogelijkheid is aanwezig dat er in het Vaatstra-team minder ervaren rechercheurs zaten. Je probeert altijd ervaren en minder ervaren rechercheurs in een team te laten werken. Wellicht is dat in het 1e team door de drukte niet goed gelukt.

Natuurlijk zijn er altijd collegae die tegenspraak geven. Dat is volgens A104 goed. Blijkt het geen opbouwende kritiek te zijn en die kritiek tegendraads gaat werken dan moet die rechercheur (desnoods op eigen verzoek) het team verlaten. Het is inderdaad juist dat collegae uit het 1e team zijn opgestapt.

A104 (……….) aan geven wat er fout is gegaan. Daar is destijds voldoende en zeer professioneel mee omgegaan. Het 2e team heeft de volledige verantwoording genomen over de zaak Vaatstra. Er was kwaliteitsverbetering nodig en daar is aan gewerkt. In het 2e team zaten geen personeelsleden uit het 1e team. Volgens A104 hebben de gemaakte fouten in het 1e onderzoek niet geleid tot nadelen in het 2e onderzoek. Wel merkt hij op dat Vaatstra de schade – die in zijn visie door het 1e team is aangericht – niet kan loslaten. Nog immer is een tweetal rechercheurs op afroep beschikbaar voor het onderzoek. (………) Er is volgens A104 niets onder de pet gehouden.

Het rapport van de commissie Van Dijk is in het onderzoek ondergebracht omdat daarin ook opsporingsgegevens staan die betrekking hebben op het onderzoek. Gezien het feit dat het GVO nog loopt kan dus geen inzage worden verkregen.

4. (………..)
5. (………..)

Op 1 mei 1999 te 10.10 uur werd hij telefonisch geïnformeerd over de moord op Marianne. Zij was gevonden door vrienden van haar. Haar vader is door hen in kennis gesteld en is ter plaatse gegaan. Vaatstra heeft zijn dochter dus niet gevonden. A114 is niet op de Pd (plaats delict) geweest. (……..) Hoofdzakelijk waren collegae uit de omgeving in het RBT ingedeeld.

De rechercheur A115 was op de pd. Later assisteerde zijn collega A116 hem. Hij is uit het team gestapt omdat hij zich met bepaalde zaken/opvattingen niet kon verenigen. A110 was nauw betrokken bij de familie Vaatstra. (……….)

Er was een familiekoppel. Eén van de leden woonde ook in hetzelfde dorp van de familie. Vaatstra vond het geen goed koppel. A114 wel. Het koppel communiceerde goed. (………)

Op een bepaald moment kon het koppel het emotioneel niet meer aan. Heel veel verwijten werden geuit door de ouders van Marianne. Het team deed (kon) niets goed (doen). Heel veel klachten van mevrouw Vaatstra. Vanaf de eerste dag zeiden de ouders van Marianne dat het een zwarte dader moest zijn. Verkrachten en de keel doorsnijden doet geen blanke. Later focusten zij zich op de asielzoekers. Door die visie kon het team niet breken. In Buitenpost had onder andere A114 een ontmoeting met de familie Vaatstra, ouders en kinderen. De kinderen waren het met de strategie van het team eens. Dit in tegenstelling tot de ouders. (……….)

Er waren nog geen afgeronde modellen voor het opzetten van een RBT. Ook de infrastructuur was incompleet. Computers, software e.d. waren nog niet afgestemd. Dit alles moest nog op divisie niveau worden afgekaderd.

Het is volgens A114 juist dat het onderzoek op de Pd uitgebreider had gemoeten. In het second opinie onderzoek wordt dat ook verweten. Er zijn b.v. te weinig foto’s gemaakt. De Pd had veel uitgebreider onderzocht moeten worden.

Of dit de perfecte moord was, kon A114 niet beantwoorden. Wat is dat overigens, vroeg hij zich af. Wel valt op dat de dader weinig sporen heeft achter gelaten. Zo was het snijwerktuig niet meer op de Pd en waren geen voetstappen (van de dader) traceerbaar. Er zijn wel DNA sporen aangetroffen.

Het team heeft meerdere malen uitgebreid ”gespiegeld”. Wat hebben we nu aan materiaal en wie kan deze moord hebben gepleegd. Een ander verwijt van de second opinion commissie was dat het team te weinig handwerk had verricht. Daarmee wordt bedoeld een bepaald persoon uitrechercheren. In een enkel geval heeft het team een persoon eerder als verdachte moeten aanmerken om hem in- of uit te sluiten. Dat soort werkzaamheden vergt heel veel tijd. Het team heeft zich vervolgens op een andere werkwijze toegelegd. Er waren immers DNA sporen aangetroffen. Niet vastgesteld is kunnen worden welke bindmiddelen zijn gebruikt.

Welke werkwijze? A114 geeft dat schematisch weer. Je gooit een steen in een vijver en de golfjes welke die steen veroorzaakt, loop je na. Met andere woorden; men gaat vanaf de Pd tot een bepaalde omtrek (cirkel) rechercheren. Om deze werkwijze goed te kunnen benutten, zijn teamleden zich gaan oriënteren bij de Duitse politie. Een dergelijk DNA onderzoek binnen een straal van 15 kilometer is wetenschappelijk onderbouwd. Het blijkt dat die wijze van opsporen tot meerdere successen heeft geleid. Ook in Emmen heeft dat tot een gunstig resultaat geleid.

De politie (de districtschef, de waarnemend korpschef en de teamleiding), het openbaar ministerie (zaaksofficier De Graaf en een collega van hem) waren voorstander om op deze wijze het onderzoek te verrichten. Het voorstel liep bij de hoofdofficier van justitie te Leeuwaren spaak. Hij blokkeerde het voorstel. Hij heeft het verzoek van het team voorgelegd aan het college van procureurs generaal. Den Hollander heeft zijn besluit “beargumenteerd”. Hij vond dat het te ver afstond van de strafrechtspleging. Indien niet vrijwillig wordt afgestaan, zijn die personen dan verdachten? Dat ging Den Hollander te ver.

A114 merkt op dat een hoofdofficier die zelf niets ziet in een dergelijk onderzoek dat heel moeilijk – wellicht onmogelijk – aan het college objectief kan voorleggen. Het team heeft de korpschef en de hoofdofficier “laten opdraven” om over de DNA problematiek te discussiëren. Dat vonden beiden niet leuk. Voor het team en de (wnd)korpschef was de beslissing van de hoofdofficier een domper. Het team was absoluut niet alleen gefocust op het DNA onderzoek. A114 heeft de (stellige) overtuiging dat indien het DNA onderzoek wel was gehonoreerd dit tot een succes zou hebben geleid. Hij benoemde nogmaals de resultaten vanuit Duitsland en Emmen.

Een rechtzaak leidde evenmin tot het gewenste resultaat. De landsadvocaat heeft de zaak gewonnen. Er was aangeraden om niet naar de zitting te gaan. Tot voor de uitspraak was het team hoopvol gestemd. Helaas!

Vlak voor en tijdens het onderzoek naar de moord op Marianne draaiden (nog) meerdere RBT’s. (……….) Het team beschikte over goede rechercheurs. De koppels uit het veldonderzoek van die andere teams waren reeds teruggekeerd. Alleen de proces-verbaal coördinatoren waren niet beschikbaar. Een rechercheur is uit het team gestapt. De daadwerkelijke reden weet A114 niet. Die rechercheur was specialist. (………….) Omdat hij zo nu en dan werd ingezet, viel kennelijk zijn betrokkenheid bij het onderzoek weg. Hij voelde zich wellicht buitengesloten en vertrok.

De contacten met het AZC liepen via de reeds bestaande politiecontacten. Deze personen zijn zelfs binnen het recherche team gehaald. Zij waren geen rechercheur. Informeel had het team goede contacten met de leiding van het AZC. Toen was het afnemen van DNA materiaal nog niet aan de orde. Mevrouw Vaatstra vond dat dat onderzoek wel moest gebeuren. Er is vele malen contact opgenomen met de directrice van het AZC mevrouw Groeneveld. Zij was zeer coöperatief. Op de eerste dag van het onderzoek was het team reeds in het bezit van de lijst met daarop de namen van de cliënten en het personeel. Ook A114 heeft in het AZC gesproken met mevrouw Groeneveld. Zij had toen ook een klacht over het politieoptreden. Sommige politiemensen gingen iets te vrij te werk. Zonder haar te informeren liepen ze het AZC binnen en spraken met personen. In een later (wellicht te laat) stadium zijn vakantiegangers en andere bezoekers pas geïnventariseerd. Veel tips, ook afkomstig van de familie, zijn nagetrokken. De conclusies daarvan werden teruggekoppeld naar de familie. Ook de tips die leiden naar of kwamen uit het AZC werden grondig nagetrokken.

A107 heeft geparticipeerd in het team. Zijn inzet was minimaal.

A114 benoemt een bijzonder voorval tijdens het onderzoek. De aandacht werd gevestigd op een wandelaar die op klompen liep. Deze persoon had veel tegen. A114 is ervan overtuigd dat, indien er geen DNA materiaal was geweest, die persoon nu nog vast zat. Het team is niet beïnvloed of tegengewerkt door opmerkingen vanuit de (landelijke) politiek.

(…………) Het team heeft verschillende personen uit de wereld van de “helderzienden” geraadpleegd, zoals waarzeggers en roedewisselaars. Hun ideeën hebben tot geen resultaat geleid. Een medewerkster van het parket van het OM was ook vanuit het parket contactpersoon voor de familie Vaatstra. Zij ging niet altijd mee in het verhaal en het gedachtegoed van de familie Vaatstra. Dat leidde tot botsingen ook tijdens de gesprekken op het parket. A114 heeft meerdere sessies met het OM gehad. Die liepen naar zijn mening goed.

De officier van justitie De Graaf en Vaatstra lagen elkaar niet. Vaatstra wilde dingen horen die er gewoon niet waren. Wat de overheid zei was (per definitie) niet waar. Dan is het moeilijk converseren.

De hoofdofficier van justitie Den Hollander heeft volgens A114 geen empathie. Hij is stijf en straf. Hij is bang dat hij te veel zegt en gedraagt zich heel formeel. Zijn correspondentie is heel formalistisch en dat spreekt niet iedereen aan. A114 kan zich voorstellen dat die houding weerstand oproept (bij de familie).

De leden van het 1e team hebben het second opinion rapport (beoordelingsrapport) niet mogen lezen. A114 heeft op de kamer van een leidinggevende enige passages uit dat rapport mogen inzien. Vervolgens is in een x-aantal sessies de voor het team relevante passages besproken. Het team had enkele steken (zoals onderzoek op de PD, de buurt, de vakantieverblijven en de hotels) laten vallen.

Het team en de teamleiding waren verheugd dat een second opinion commissie werd benoemd. De teamleiding heeft geassisteerd bij de installatie van die commissie. De verhoormethode was niet altijd even prettig.

Het 1e team heeft wel een kater overgehouden over de opmerking in het rapport dat zij niet kritisch naar zichzelf had gekeken. Dat is absoluut ongegrond. Het 1e team heeft onder leiding van A107 verschillende evaluaties gehouden. De punten die het team daarin heeft besproken en bekritiseerd, komen later in het verslag van de commissie terug met die onjuiste conclusie.

A107 heeft van die evaluatiegesprekken veel geleerd. Hij zou dat ook aan papier toevertrouwen. Dat heeft hij nimmer gedaan. Jammer. Kennelijk wilde hij niet dat de kritische noten van het 1e team “buiten” zouden komen. Wellicht is daar, volgens A114, ook de korpschef debet aan. Mogelijk had hij de behoefte bepaalde items onder de pet te houden. Immers, een korpschef wil de baas zijn van het beste korps en scoren.

A114 heeft enkele bij hem bekende conclusies uit de evaluatiegesprekken wel uitgedragen. In gesprekken met rechercheurs uit andere korpsen heeft hij aangegeven wat er fout is gegaan. Natuurlijk zijn ook de positieve zaken in die kennisoverdracht aan de orde gekomen. (………..)

Het terughalen van (een) speurhond(en) die een spoor in de richting van het AZC volgde(n), is bij A114 geheel onbekend.

Binnen het team was nu en dan meningsverschil over de te volgen route. Dat hoort er bij en houdt de leden scherp. Eén rechercheur kon zich met bepaalde beslissingen niet verenigen. Hij wilde meer onderzoek binnen het AZC en dieper ingaan in het DNA traject. Hij heeft het team verlaten.

A114 is ervan overtuigd dat hetgeen Vaatstra aan tips heeft aangedragen deze tot op het bot zijn uitgerechercheerd. Op verzoek van een collega is zelfs een overledene opgegraven.

Het weerhouden van een DNA onderzoek onder politiemensen is A114 onbekend. Dat voor die groep geen categorie binnen het onderzoek zou zijn, is onzin. Dan maak je een nieuwe aan. A114 kan geen redenen noemen die het noodzakelijk zouden hebben gemaakt om politiemensen wel aan zo’n onderzoek te onderwerpen.

Indien de kennis, aanwijzingen en opmerkingen welke tijdens het 2e onderzoek zijn opgedaan, destijds bekend waren bij het team en daar naar gehandeld zou zijn, dan was het 1e team – dus zonder DNA toepassing – volgens hem nu nog aan het rechercheren. Thans is een cold case team op oproepbasis beschikbaar. Dat team trekt nieuwe aanwijzingen na.

A114 heeft nog enkele punten die hij graag nader wil onderzoeken, zoals de kennis en wetenschap die op de universiteit Leiden beschikbaar is aangaande de afstamming via het x en y chromosoom; rechercheren rond de (leef) omgeving van Marianne; (………);

nazien welke mensen daar destijds gewoond hebben en afname van DNA materiaal van veroordeelde TBS’ers die ambulant worden behandeld. (………..)

Destijds heeft het (de) team(leiding), hoofdzakelijk met betrekking tot de mogelijkheid van toepassen van DNA onderzoek, gesproken met leden van de 2e Kamer. Met de heer Diettrich hoofdzakelijk aangaande veroordeelden en met de heren Schutte en Rouvoet over de toepassing van DNA.

6. Via de secretaresse van de hoofdofficier is contact met hem gezocht. Na enige tijd laat hij via haar weten dat hij geen informatie over een lopende strafzaak wil verstrekken. Wel wil hij gegevens verstrekken aan officiële instanties die daarom vragen. Uit de discussie kwam niet naar voren wie dat zijn. Vervolgens heb ik haar het belang van een gesprek met de hoofdofficier en het inzien van het rapport voorgehouden. Op 14 maart 2006 sprak ik telefonisch met de hoofdofficier van justitie te Leeuwarden Den Hollander.

Den Hollander wil niet ingaan op hetgeen ik wens. Hij verstrekt geen informatie aan derden, dus ook niet aan een Kamerlid. Inzage in het rapport van de commissie is niet mogelijk. Het rapport is door een onpartijdige en onafhankelijke commissie samengesteld. (……….) De Minister van Justitie heeft hem gesteund in het tegenhouden van openbaarmaking van het rapport. Ook in de door hem genomen beslissing inzake het DNA beleid wordt hij door de commissie gesteund. Hierover wordt niet meer gediscussieerd.

Dat (ex)politiemensen en de familie Vaatstra daar anders overdenken is hem bekend. Dat is dan zo. Hij hoort al jaren deze opmerkingen. Zowel de politie als de familie Vaatstra is uitgebreid geïnformeerd. Op mijn vraag of het rapport integraal besproken is, werd geen duidelijk antwoord gegeven.

7. (………..) A106 had geen bezwaar om over het item aangaande handboeien via de mobiele telefoon te spreken. A106 is betrokken geweest bij het onderzoek. Het is hem niet bekend of de sporen op en rond de polsen op het lichaam van Marianne voldoende zijn bekeken en uitgerechercheerd. De verwondingen waren in ieder geval voor hem aanleiding om deze aan de hand van foto’s te laten onderzoeken door een lid van de technische recherche uit een andere politieregio. Deze heeft in zijn vrije tijd onderzoek gedaan. Proefondervindelijk (……..) heeft hij vastgesteld dat de verwondingen afkomstig moeten zijn van de ouderwetse handboeien. (………) Dat kan dus duiden op beroepsgroepen die handboeien draagt of “hobbyisten”.

A106 heeft dit aan Vaatstra medegedeeld en hij moet bekijken wat hij met die informatie doet. Via de raadsman of rechtstreeks contact opnemen met de politie. Dat kan ongetwijfeld tot bijzondere reacties leiden.
Vaatstra kan dat onderzoek niet laten doen, want hij is niet in het bezit van de foto’s. De beste optie is het onderzoek te laten uitvoeren door FSS in Engeland.

Het is A106 niet bekend of het 2e team daar aandacht aan heeft besteed. Het second opinion rapport heeft A106 niet ingezien. Wel heeft hij vernomen dat er weinig kritiek is op het recherche onderzoek. Hoofdzakelijk worden de procedures bekritiseerd, dat er geen juiste formulieren aanwezig waren en over de bureaucratische rompslomp. De korpsleiding wordt – volgens hem – het een en ander verweten.

8. Na het gesprek op 27 maart 2006 met de heer Nawijn diezelfde dag de voor Vaatstra relevante conclusies aan hem doorgegeven. Vaatstra vermeldde onder andere het volgende. (……..)

Vaatstra raadt aan een getuigenverhoor van alle politiemensen uit het 2e onderzoek af te nemen en A111, A 118 en Groeneveld te horen. (………) (………) De uitspraak dat mw. Groeneveld niet wil meewerken aan de moord op Marianne staat letterlijk in de Panorama. Vaatstra zoekt het desbetreffende nummer op. (Opm rapporteur. In de Panorama van 4 juli 2001 staat het interview. Mw. Groeneveld houdt een interview af en verwijst naar de COA. Volgens mij kun je die uitspraak niet zien als “niet willen meewerken aan een moordonderzoek”)
Vaatstra heeft in tegenstelling tot hetgeen Den Hollander beweerd De Graaf niet één keer persoonlijk gesproken. Wel was De Graaf een keer bij een vergadering. Vaatstra wil hem nog steeds ondervragen. Den Hollander spreekt, volgens Vaatstra, ook in dat opzicht niet de waarheid. Vaatstra houdt nog immer vol dat het AZC destijds direct in het onderzoek meegenomen had moeten worden. Het second opinion rapport kent hij niet. Den Hollander heeft dat niet met hem besproken. Van politiemensen hoorde hij wel eens wat, maar nimmer heeft hij integraal kennisgenomen. (Opm rapporteur. In een persverklaring van Den Hollander dd. 17 mei 2002 staat: “Hedenmorgen heb ik samen met de korpschef de familie Vaatstra persoonlijk ingelicht over de dingen die hiervoor aan de orde kwamen.”) Den Hollander werd in de periode dat het onderzoek liep HovJ. Hij heeft de familie ongeveer 6 weken na de moord uitgenodigd op zijn parket. De Vaatstraa’s waren toen nog niet buiten geweest. Een man met weinig inlevingsgevoel, vindt Vaatstra. Op een receptie bij de burgemeester waren ook de heer en mevrouw Vaatstra aanwezig. Den Hollander liep langs hen heen alsof hij ze niet kende.

9. Op 3 april 2006 sprak ik telefonisch met mevrouw Groeneveld. (……….). Ze begrijpt niet waarom ik haar wil spreken. In korte bewoordingen heb ik mijn verzoek verduidelijkt. Zij geeft aan niet mee te willen werken. Zij verwijst mij naar het COA. Na haar te hebben aangegeven dat meerdere personen over haar en over het AZC hebben gesproken, geeft ze te kennen dat haar dat niet interesseert. (…………)Haar antwoord is resoluut: ik wil niet meewerken. Bovendien heeft zij niets op met de groep Nawijn. Een andere reden haar over te halen tot een gesprek, is dat zij recht heeft op wederhoor. Daar had ze nog niet bij stilgestaan. Zij bleef bij haar eerder gegeven antwoord.

10. (………) A118 wil geen aanbevelingen aandragen. Het initiatief ligt bij rapporteur. Hij wil op mijn opmerkingen wel duidelijk zijn visie geven. In de andere situatie zou dat betekenen dat hij als parkeerwachter zijn carrière moet beëindigen. A118 kent het second opinion onderzoek. Hij heeft in geen van beide teams gewerkt. A119 was rechercheur in het 2e team. A119 heeft enkele passages uit het rapport kunnen lezen. Volgens hem ging het hoofdzakelijk om aanbevelingen. Die werden voor het 2e team het uitgangspunt. Het is A118 onbekend waarom de leiding het inzien van het rapport zo heeft afgehouden. Het staat hem bij dat hij in A120 het dossier moest ophalen en dat hij de rapportage niet meekreeg! Bij de start van het 1e onderzoek waren er volgens A118 nog geen draaiboek en structuren om een dergelijk team op te starten beschikbaar. Rechercheurs waren geselecteerd om in een dergelijk team na oproep plaats te nemen. De direct leidinggevende was daar niet aangehouden. Hij moest iemand leveren en kon diegene sturen die hijzelf verkoos. Dat betekende dat niet altijd de beste rechercheur werd gestuurd. Een team werkte onderleiding van de chef recherche van het district alwaar het misdrijf had plaatsgevonden. Een vreemde keus, want die persoon kan dus geen enkele ervaring hebben met het opstarten van en leiding geven aan een dergelijk team.

Volgens A118 en A119 had A117 geen ervaring op dat gebied. Niet aangaande het opstarten en evenmin aan het leidinggeven aan een dergelijk team. (……..) A117 was uitstekend in zijn vorige functie. Daarin was hij een kei. A121 en Vaatstra lagen elkaar niet. (………..) Later bleek dat de moeder van één van de jongens die het laatst met Marianne was gezien, “bevriend” was met de echtgenote van een politieman. Zij waren beiden lid van dezelfde club. DNA onderzoek sloot deze jongen als dader uit. De technisch rechercheur, was voor het Pd onderzoek niet de best aangewezen TR man. In het 2e onderzoek is door de Pd en het Pd-onderzoek nog eens stevig de stofkam gehaald. Kennelijk was het onderzoek destijds toch goed gedaan, want het heeft geen nieuwe feiten opgeleverd. (……………)

Vermoedelijk zijn de polsen van Marianne met een (…………)handboei (…………..) Handboeien (…………..)sporen op de pols achterlaten. (………) Bij de sectie is daaraan vermoedelijk te weinig aandacht besteed. Dit is verder niet uitgerechercheerd. Een verder onderzoek kan hoogstens aan de hand van de foto’s plaatsvinden.
Het onderzoek binnen het AZC is niet goed verlopen. Wie daadwerkelijk de beslissing heeft genomen om niet direct aldaar op onderzoek uit te gaan, weet A118 niet. Volgens hem heeft de (landelijke) politiek daar destijds veel invloed op gehad. Het (…….) klimaat (ook van de leiding van het COA) zal daar ongetwijfeld aan hebben bijgedragen.

Het aantal en welke personen daar verbleven zal nooit bekend worden. Men kon in en uitlopen. Vrienden, familie of anderen konden naar binnen. Wellicht waren daar honderd personen meer aanwezig dan op de cliëntenlijst is vermeld. Nu zou een dergelijk centrum direct worden “omsingeld”. Gezien het huidige politieke klimaat zal nagenoeg niemand daar een probleem van maken. De naam Groeneveld zegt beiden niets. Zoals eerder aangegeven zijn thans structuren in het systeem aangebracht. Personen worden nu langs een “criteria meetlat” gelegd. De kans is groot dat daardoor personen die in het 1e en 2e onderzoek bijzondere aandacht kregen wederom in de kijker komen. Destijds zijn veel personen aan DNA onderzoek onderworpen. Grootschalig DNA onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Daar is geld en capaciteit voor nodig. A118 wist niet dat destijds geld beschikbaar was.

Het bevreemdt hem dat van politiemensen geen DNA materiaal is afgenomen. Er is wel binnen het team over gesproken doch enkelen waren daar op tegen; dus ging het niet door. A118 wil niet suggereren dat de dader in die groep moet worden gezocht. Je mag die personen niet uitsluiten. De politie is immers een afspiegeling van de samenleving. Recent is een (……….) tot een zedendelict veroordeeld, doch men is “vergeten” van hem DNA materiaal af te nemen. Zijn (afwijkend) gedrag was (…………) langere tijd bekend.

Op de Pd is een spoor van een fietsband aangetroffen. Een zeer specifiek spoor van een (……….)merk. In Nederland komt dat model sporadisch voor. Frappant is dat een dergelijke band is aangetroffen op een fiets die in het politiebureau van Bergum is aangetroffen. Rechercheren naar de eigenaar heeft niets opgeleverd.
Het is A118 en A119 bekend dat destijds het team, de officier van justitie en de waarnemend korpschef voor een grootschalig(er) DNA onderzoek opteerden. De korpschef Wagenaar, de hoofdofficier van justitie en later het college van procureurs-generaal waren tegen. A118 en A119 stellen dat alsnog getracht moet worden een groot DNA onderzoek te verwezenlijken. Dat genereert heel veel werk. Uitgangspunt is dan de situatie die bestond op de dag van de moord. Zowel in de omgeving van de Pd en in een bepaalde cirkel rond de vorige en huidige woning van de familie Vaatstra moet dat plaatsvinden. Bovendien – gezien de huidige kennis is dat mogelijk – willen zij een verdere uitdieping van het DNA materiaal dat op het slachtoffer is aangetroffen. Hierdoor kan een bijzonder daderprofiel ontstaan (een soort paspoort) waardoor verschillende personen kunnen worden in- en uitgesloten. Zij betreuren dat het NFI slechts aangeeft dat er wel of geen hit is. Bij het vergelijken van vingerafdrukken moeten voor het bewijs twaalf overeenkomsten zijn. Indien tien overeenkomsten worden vastgesteld, verneemt de rechercheur dat. Bij DNA onderzoek wordt geen gradatie meegegeven; het is ja of nee. A118 en A119 willen dat alsnog DNA onderzoek wordt gedaan bij de politiemensen en bij personen in de omgeving van de Pd en de huisadressen van de familie. Dit alles herleidt naar de tijd van toen.

(…………..) Hopelijk kan via de Kamer of de media dit voorstel worden aangedragen. Zij zouden dat bijzonder toejuichen. Dat het onderzoek nog steeds gaande is, is te danken aan de familie Vaatstra. Zij hebben de korpsleiding en het openbaar ministerie constant “bestookt” met vragen. Samen met de pers hebben zij voor elkaar gekregen dat een second opinion onderzoek heeft plaatsgevonden. Normaliter zou deze zaak overgedragen zijn aan de districtsrecherche en zou het nu ergens op een plank liggen. (……………)

A118 kent de brief die de hoofdofficier van justitie aan de familie Vaatstra heeft geschreven. Hij heeft de inhoud van de brief ook met Vaatstra besproken. Volgens A118 wil de officier van justitie De Graaf wel met de familie Vaatstra om de tafel. Hij wordt daar echter van weerhouden door de hoofdofficier Den Hollander. Het ware beter geweest als Den Hollander een gesprek had toegestaan. Mocht dat door inzet van Nawijn wel plaatsvinden dan moet het gesprek plaatsvinden op het niveau van de familie; dus geen dure woorden, maar in de taal die de familie spreekt. (………..) (………..).

11. Hij was destijds (………….) lid van een familiekoppel. A111 kende Vaatstra. Hij had hem ontmoet tijdens een bijeenkomst (…………..) A111 stelde voor om als contactpersoon op te treden. Dat is gehonoreerd. (…………) Na een aanloopperiode had hij goed contact met de familie. Het rapport heeft A111 gelezen. Hij kan niet exact de inhoud weergeven. In het rapport staan veel kritische opmerkingen. Het is hem bekend dat de aanbevelingen door het 2e team zijn overgenomen. Het is best mogelijk (hij glimlacht) dat A111 zich ooit heeft uitgelaten in de trant van “het rapport heeft geen spaan heel gelaten van het 1e onderzoek” Hij kan zich dat niet zo herinneren. Wel staat hem bij dat de media zich op soortgelijke wijze heeft uitgesproken. De opmerking vindt hij toch gechargeerd. De familie Vaatstra (ouders en kinderen) zijn door de korpschef en de hoofdofficier van justitie op het parket in Leeuwarden over de uitkomst van het second opinion onderzoek geïnformeerd. A111 was daar niet bij. Hij weet dus niet welke facetten zijn besproken. Na de bijeenkomst zijn A111 en zijn collega als familiekoppel aan de familie voorgesteld.

Na de bespreking van (gedeelten uit) het rapport met de familie is de media geïnformeerd. Het AZC is destijds onder druk van de politiek niet bekeken. Dat lag heel gevoelig. Na een dag of drie is het AZC in het onderzoek meegenomen. Destijds was het een komen en gaan. A111 kan zich heel goed voorstellen dat Vaatstra zeer ontstemd is dat het AZC niet direct is bekeken. Nu kan nimmer meer worden vastgesteld welke personen zich daar toentertijd daadwerkelijk ophielden.

De directrice heeft destijds het horen van het personeel tegengehouden. A111 is ervan overtuigd dat door druk van de familie Vaatstra, de gebroeders Anker en Peter R. de Vries een second opinion heeft plaatsgevonden.
A111 vindt het jammer dat niet direct is gerechercheerd op politiemensen (die dienst hadden), taxi- en buschauffeurs. Ook de bewoners van een opvanghuis, voor psychisch gestoorden, dat in de omgeving van de Pd staat, zijn niet direct in het onderzoek meegenomen. Volgens A111 is Vaatstra over een x-aantal personen of punten ontevreden.

A108 was arrogant (hij zou binnen enkele weken de zaak oplossen) Justitie durfde het AZC niet binnen te gaan
De voorlichting van en de communicatie met het OM was slecht Het afhouden van een gesprek met ovj De Graaf. A111 merkt op dat de familie Vaatstra niet altijd genuanceerd naar buiten trad. Dat leidde tot vertroebeling.

12. (……….) Officier van justitie De Graaf heeft met Den Hollander de afspraak gemaakt dat hij geen uitlatingen doet over de zaak Vaatstra. Eventuele vragen lopen via het parket Leeuwarden. De Graaf weet dat de familie Vaatstra daarover bij brief is geïnformeerd. Indien Den Hollander toch overgaat tot een gesprek met de familie dan neemt De Graaf daar met alle genoegen deel aan. Gezien de hiërarchie wil De Graaf ook niet op persoonlijke titel een gesprek met mij aangaan.

13. Ik heb getracht A109 uit te nodigen. Hij wil daar vooralsnog niet op in gaan en verzoekt een “nadenk” periode. Hij heeft destijds bijzondere aanvaringen gehad met de teamleiding aangaande het uit te voeren beleid. Hij is het eigenlijk vergeten (achter de rug). Opnieuw oprakelen ziet hij vooralsnog niet zitten. (……..)

14. (…………) Op 1 mei 1999 werd A123 opgeroepen voor zijn inzet in het RBT dat de moord op Marianne moest onderzoeken. (…..……..) De overige bemensing bestond uit vaste oproepkrachten. Niet alle collegae kende hij. (…………) De lijnchef Van Essen was procesbewaker.

De zaaksofficier was mr. De Graaf. Een zeer goede officier van justitie. Hij zat er boven op. Hij was zeer kritisch. Natuurlijk hadden het team en De Graaf gezonde meningsverschillen. Dat hoort er bij. In goed overleg kwamen beiden daar altijd uit. Bij de opstart was mr. Severein wnd hoofdofficier van justitie. Enkele weken later trad Den Hollander aan. (…………..)

Het team was gevestigd in het bureau Buitenpost. De teamleden gebruikten de normale werkplekken van anderen alsmede de kantine en de vergaderzaal. Het team (tussen de 25 en 30 rechercheurs) beschikte over eigen computersystemen, aangelegd door ict’ers, vaste formulieren en checklisten. Rond 13.00 was het team operationeel. Een algemeen beeld is dat mensen na veertien dagen wat kribbig worden. Ze willen hun eigen werkzaamheden op hun eigen werkplek afhandelen. Dat is dan vaak de aanleiding dat een RBT verkast naar een andere locatie met (meer) ruimte, alwaar men de dagelijkse werkzaamheden van andere collegae niet frustreert. Het team werd overgeplaatst naar het bureau Bergum. Destijds was voor een Pd onderzoek nog geen Pd-management. De processen waren toentertijd nog niet gewaarborgd. Marianne is gevonden door vrienden en zij hebben Vaatstra gewaarschuwd. Voor de politie ter plaatse was, waren deze mensen al op de Pd. Ook een ambulance en ambulancepersoneel. Door toeval hebben deze mensen en de ambulance een andere route gevolgd dan de dader (en het slachtoffer), zodat geen sporen zijn vernield. (………….)

De technisch rechercheur A124 is een ervaren en gekwalificeerd politieman. Het veilig stellen van de polsen was hoofdzakelijk gericht op het afnemen van DNA materiaal. Daarbij is niet daadwerkelijk gelet op de eventueel achtergebleven vezels van bindmateriaal. (………..) Op de Pd is het lichaam van Marianne op DNA materiaal bemonsterd. Meerdere DNA materialen zijn afgenomen. De profielen komen overeen. Tijdens het onderzoek is naar voren gekomen dat te weinig (detail) foto’s zijn gemaakt. Wellicht uit piëteit, hetgeen eigenlijk geen rol mag spelen maar begrijpelijk is. Mogelijk is er destijds niet bij stilgestaan dat dergelijke foto’s later voor bepaalde onderzoeken van cruciaal belang kunnen zijn. In die tijd bepaalde de technische recherche het optreden op de Pd. Thans is dat een team dat onderzoek doet, bestaande uit een leider, technische- en tactische rechercheurs. Rond de Pd zijn inderdaad sporen van een fietsband en (………..) aangetroffen. Deze profielen zijn veiliggesteld.

Het team heeft niet kunnen vaststellen op welke wijze een fiets, met een soortgelijk bandprofiel, op het bureau in Buitenpost terecht is gekomen. In maart 1999 was deze fiets bij de politie als vermist aangemeld.
A123 verstrekt rapporteur gedetailleerde gegevens aangaande de sporen op de Pd, de gevolgde route, de vermoedelijke gedragingen van zowel het slachtoffer als de dader, het daderprofiel alsmede de sadistische werkwijze van de dader. Na verloop van tijd heeft het 1e team (samen met de patholoog anatoom) het materiaal en de sporen op de Pd opnieuw bekeken. Op deze Pd is heel veel gebeurd. Aldaar is Marianne verkracht, gewurgd (vermoord) en achtergelaten. De dader had alles onder “controle”. Deze man heeft nagedacht hoe te handelen voor, tijdens en na het plegen van het misdrijf. Ongetwijfeld heeft hij ook de locatie van te voren bepaald. Mede aan de hand van aangetroffen sporen, empirische onderzoeken en met ondersteuning van (gedrags)deskundigen is een daderprofiel gemaakt. Het team heeft voor 100% zekerheid dat het aangetroffen DNA materiaal van de dader is. Dat werd de kern van het verdere onderzoek.

Om die reden werd een aantal projecten gestart. Zo is krachtig gerechercheerd op personen met (zeden) antecedenten, vrienden, familie in de ruimste zin en kennissen. Ook binnen het AZC is gerechercheerd. De bewoners van het AZC werden niet meer of minder dan andere personen betrokken in het onderzoek.
Deskundigen, eerstens afzonderlijk en later gezamenlijk, en politiemensen hebben een daderprofiel vastgesteld. De uitkomst was de basis voor het verdere onderzoek. Eén (met name genoemde) deskundige is afgehaakt en is later door de onderzoekscommissie gehoord. Zijn visie is voorspeelbaar. Hij vond het “niks” Ook is informatie ingewonnen in Amerika en Engeland. Empirische onderzoeken gaven nog meer aanwijzingen over de dader en zijn afkomst. Het moet een man zijn tussen de 20 en 45 jaar en hij heeft een relatie met het gebied. (Opm rapporteur. Verdere specificaties worden in dit rapport niet weergegeven.) Het team, de wnd korpschef en de officier van justitie De Graaf wilden een grootschalig DNA onderzoek binnen een gefaseerde straal van 15 kilometer. Binnen de eerste ring van 5 kilometer viel ook het AZC. In Duitsland had het team zich eveneens georiënteerd, vooral met betrekking tot het opzetten van een dergelijk project. Ook bij diverse korpsen in Nederland heeft het team zich laten informeren. De hoofdofficier Den Hollander torpedeerde het verzoek. Later gesteund door het college van procureurs-generaal. De start van het verzoek ligt begin 2000.

Peter R. de Vries heeft nog getracht via een kortgeding alsnog een dergelijk DNA onderzoek te laten instellen. Voor A123 en ook voor vele andere teamleden is het weerhouden van een dergelijk onderzoek een gemiste kans. Nimmer kan met zekerheid worden gesteld dat het onderzoek tot de dader zou hebben geleid. Volgens de wetenschappers en empirische onderzoeken was de kans van slagen bijzonder groot. Bovendien was de opinie niet tegen en wilden bewoners van het AZC meewerken. In totaal zou het maximaal om 20.000 profielen gaan.

Nu is het opstarten van een dergelijk onderzoek nagenoeg niet meer mogelijk. Vele mutaties hebben binnen die cirkel(s) plaatsgevonden. Dat op te zetten onderzoek – dus eerst 5, daarna 10 en vervolgens 15 kilometer – werd breed gedragen binnen de politie en door diverse leden van het openbaar ministerie. Het is A123 niet bekend welke positie de korpschef daaromtrent had ingenomen. De waarnemend korpschef was in ieder geval voorstander.

Voor het onderzoek was dit de beste kans tot slagen geweest. Den Hollander is bang. Een andere (met name genoemde) hoofdofficier van justitie had zijn nek in een dergelijke belangrijke zaak wel uitgestoken en het DNA onderzoek toegestaan. Het team moest vervolgens overgegaan naar een op dat gebied beperkter onderzoek. Er werd een derde punt aan het profiel toegevoegd “dader indicatie”. Ook werden in het onderzoek de TBS’ers met de korpscode Friesland nagetrokken. In het begin van het onderzoek vingen we DNA materiaal af. Dat was toen legaal. Later veranderde de wetgeving en de techniek. Mogelijkheden uit ander materiaal dan bloed tot het vaststellen van profielen waren verbeterd en wettelijk toegestaan. DNA materiaal mocht niet meer worden “afgevangen.” Alleen van de politieambtenaren die op de Pd zijn geweest, is DNA materiaal afgenomen. Dat politieambtenaren hebben geweigerd tot een binnen die groep groter DNA onderzoek in te stellen, is A123 onbekend. Het is A123 niet bekend of het second opinion team in haar rapport aandacht heeft besteed aan het (grootschalige) DNA onderzoek. Volgens A123 doen over het niet optreden van de politie binnen het AZC de wildste verhalen. Het is absoluut niet zo dat het AZC de eerste dagen buiten schot is gebleven. Evenmin is de politie vanuit de politiek weerhouden binnen het AZC onderzoek te verrichten. Het team had geen enkele (extra) indicatie dat de dader zich aldaar zou ophouden. Vreemdelingenrechercheurs zijn aan het team toegevoegd en hebben de eerste dag de benodigde gegevens verkregen. De publieke opinie zocht de dader wel binnen het AZC. Dat heeft tot wanordelijkheden geleid. Aan de teamleden werd voorgehouden dat zij in de breedte onderzoek moesten doen en zich niet alleen mochten focussen op het AZC.

Een bewoner heeft de eerste dagen wel bijzondere aandacht gekregen omdat hij eerder met zijn hand een snijbeweging ter hoogte van zijn strottenhoofd maakte. Dat hadden Marianne en haar vrienden gezien. Het AZC is – gelijk aan andere wijken en buurten – in het onderzoek meegenomen. Er was geen enkele reden dat het team zich meer op die bewoners richtte dan op andere personen. Het team heeft de bewoners van het AZC niet ontzien.

De contacten met de directrice mw. Groeneveld liepen hoofdzakelijk via A114. Soms deed ze moeilijk. Zij wilde dat de politie mensen hoorden na overleg en als het haar uitkwam. Dat wilde de politie niet. Het team wilde mensen horen als dat noodzakelijk was en zo werd ook gehandeld. De cliëntenlijst kende vele mutaties door vertrek van asielzoekers. De zogenoemde MOB’ers (vertrek met onbekende bestemming).

Dat het personeel niet met de politie mocht praten is A123 onbekend. Evenmin weet hij van de diefstal van persoonsgegevens van asielzoekers uit de auto van mw. Groeneveld. Ali Hussein H. is daadwerkelijk de persoon die wij zochten. Dat hij niet dé Ali is, wuift A123 weg.

Mohammed A. uit Afghanistan is gehoord en is niet de dader. Dat Severein heeft aangegeven dat mw. Groeneveld informatie zou hebben achter gehouden, zegt A123 niets. De opdracht tot een second opinion onderzoek is gegeven door het OM. A123 was ook voorstander van een dergelijk onderzoek. Na jaren is het best goed dat anderen een dergelijke zaak bekijken.

Toen het rapport was uitgebracht mochten de leden (en leidinggevenden) van het team dat niet lezen. Wel kregen zij “alles over hen heen” maar geen inzage. Waarom dit wel en dat niet was gedaan. Er werd over het team gesproken maar niet met het team. Wat in het rapport stond, was waar. De uitkomst werd klakkeloos overgenomen. Het team had een slecht onderzoek verricht.

A123 voelde zich gekwetst en machteloos. De terugkoppeling – tijdens enkele sessies – was in algemeenheden. Na enige tijd heeft A123 het onderzoeksrapport gedeeltelijk mogen inzien. Dat was op een kamer van en onder toezicht van een (met name genoemde) leidinggevende. Dat heeft hij geweigerd. Later heeft hij het wel ingezien.

Het betreft een tactisch- en een technisch deel. Voor zover er een beleidsdeel is, heeft hij dat niet gezien. A123 vond het gedeelte dat hij heeft gelezen niet kritisch. Op detailniveau werden opmerkingen gemaakt. Bij veel personen die in het onderzoek voorkomen zijn opmerkingen gemaakt. Bijvoorbeeld; waarom een bepaald iemand niet verder was bekeken of waarom er geen DNA materiaal van hem was afgenomen. Deze door het team niet verrichte werkzaamheden waren duidelijk onderbouwd en in een database vastgelegd. Dus niets nieuws.

Zo herinnert A123 een onderzoek naar een vriend van Marianne. Na afstaan van DNA materiaal bleek dat hij niet de dader was. De commissie plaatst kanttekeningen bij dit gegeven en vraagt zich af waarom de contacten van die jongen niet op DNA zijn onderzocht. De inhoud van het rapport viel A123 tegen. De commissie dacht traditioneel. Veel rechercheren. Dat is volgens A123 wel mogelijk bij normale criminelen, maar niet bij de persoon die zij zochten. Die persoon leidt een gewoon (normaal) leven en valt niet op. Hetgeen de commissie over de verschillende personen schrijft, was al eerder onderkend door het team. Ook het team kwam tijdens evaluaties tot de conclusie dat er fouten waren gemaakt of dat onderwerpen niet voldoende aandacht hadden gekregen. Deze werden – indien mogelijk – hersteld. De genoemde delen heeft A123 niet in z’n geheel gelezen. Te technisch. Een overall rapportage heeft hij niet gezien. Ook niet over beleidslijnen. Destijds heeft A123 daar wel naar gevraagd. Als blijkt dat een dergelijke “overall” rapportage er wel is, dan heeft die (met name genoemde) leidinggevende naar mij gelogen.

De korpsleiding moet door de commissie nader zijn geïnformeerd of er is nog een deel. Hetgeen A123 heeft gelezen is puur inhoudelijk op detailniveau. A123 heeft een slecht gevoel aan het second opinion onderzoek overgehouden. Aan de zaken die door het team voor een 2e keer zijn onderzocht en lijnen welke het team heeft aangehouden is de commissie voorbijgegaan. Toch werd het team daarop aangesproken. Leden van het team en een officier van justitie kregen hierdoor (fysieke- en) psychische klachten en zijn lange(re) tijd uit de running geweest.(Opm. rapporteur. Onder punt 15 geef ik aanvullende informatie over het rapport.). Het 2e team heeft de aanbevelingen uitgevoerd. Eigenlijk heeft dat team de draad opgepakt en is verder gegaan. Enkele rechercheurs hebben het 1e team verlaten. A116 omdat er voor hem geen werk meer was en A109 omdat hij het niet eens was met de uitgezette beleidslijnen. Het was zijn keuze het team te verlaten. (…………) Speurhondengeleiders zijn absoluut niet belemmerd in hun werk. Het is een fabel dat speurhonden van een spoor in de richting van het AZC zijn afgehaald.

A123 betreurt het dat de korpschef tijdens een werkbezoek aan het politiebureau, alwaar ook het team was ondergebracht, geen aandacht aan het team heeft geschonken. (…………) A123 stelt voor om met de hedendaagse (technische) mogelijkheden alsnog op innoverende wijze de beschikbare materialen en sporen nader te onderzoeken. Ook de kritische blik van (gedrags) wetenschappers is van harte welkom.

Het verkrijgen van een nog duidelijker daderprofiel met behulp van het Y chromosoom is raadzaam. Hoewel het veel energie zal kosten, is een uitgebreid DNA onderzoek nog steeds wenselijk. De verhuismutaties zijn daartoe gedurende lange tijd bijgehouden. (……..)

15. (…………) Volgens A124 bestaat het rapport uit meerdere delen. Een technisch gedeelte en een deel over de leiding van het korps en het openbaar ministerie. Het staat hem bij dat die leidinggevenden een veeg uit de pan hebben gekregen. (……….) Inhoudelijk was A124 het op diverse punten absoluut oneens. Gedurende het onderzoek was daar reeds aandacht aangeschonken en waarnodig ook gerepareerd of opnieuw onderzocht. Tijdens een evaluatie was dat duidelijk aan de orde geweest. Omdat A124 zich ergerde heeft hij het rapport als het ware diagonaal gelezen. A123 heeft het volledige rapport dus niet mogen inzien. (………)

A124 vindt het nog steeds jammer dat in het belang van het onderzoek geen grootschalig DNA onderzoek heeft plaatsgevonden. Het verzoek werd breed gesteund en was uitstekend onderbouwd. Onderzoeken vanuit Amerika en Engeland en de aanbevelingen van zes (gedrags) deskundigen lagen aan het verzoek ten grondslag. Het is en blijft een gemiste kans. Concluderende opmerkingen.

1. (Grootschalig) DNA onderzoek.
Op beperkte schaal is DNA onderzoek verricht. De teamleiding stelde voor om aan de hand van vergaarde kennis en brede (wetenschappelijke- en empirische) orientatie nader DNA onderzoek te verrichten. Het verzoek was deugdelijk onderbouwd. DNA onderzoek binnen een straal van 15 kilometer leidt veelal tot de aanhouding van een verdachte. Het team, de (wnd)korpsleiding en twee officieren van justitie waren voorstander van een dergelijk onderzoek. Financiële middelen waren daarvoor vrijgemaakt. De hoofdofficier van justitie Den Hollander blokkeerde deze opsporingsmethode. Volgens hem komt de strafrechtspleging onder druk te staan. Het geconsulteerde college van procureurs-generaal ondersteunde de visie van de hoofdofficier. Een door derden aangespannen rechtzaak is door hen verloren. Het team heeft nog steeds de idee dat het DNA onderzoek tot succes zou hebben geleid. Vermoedelijk is het besluit van de hoofdofficier in de rapportage van de beoordelingscommissie bekritiseerd. De hoofdofficier staat nog steeds achter zijn besluit. Het bevreemdt politieambtenaren en burgers dat destijds geen DNA materiaal van politieagenten is afgenomen. Getracht moet worden om de situatie van destijds te verkrijgen en alsnog binnen een bepaalde straal gezien vanuit de woning van de familie als vanuit de Pd DNA materiaal te vergaren. Ook politiemensen moeten in dat onderzoek meegenomen worden. Vermoedelijk heeft de commissie geconcludeerd dat een groter DNA onderzoek wenselijk was geweest. (………….)

2. Onderzoek bij FSS.
Frappant dat A106 dit gegeven aan Vaatstra vertelt. Eveneens is merkwaardig dat het team dat onderzoek vanuit haar eigen discipline kennelijk (nog) niet heeft verricht. Indien het gegeven op waarheid berust, en daar lijkt het op, betreft het een cruciale fout. Een technisch rechercheur van een andere politieregio heeft op verzoek proefondervindelijk vastgesteld dat dergelijke verwondingen veroorzaakt worden door handboeien. Indien uit het Engelse FSS onderzoek blijkt, dat de verwondingen zijn ontstaan door het aanleggen van en geboeid zijn met handboeien leidt dat wellicht naar een tot nu toe buiten schot gebleven doelgroep. Gedacht wordt aan beambten die “wapens” mogen dragen zoals politiemensen, beveiligers en aan “hobbyisten”. (…………..) Vaatstra kan dit onderzoek wel entameren, doch nimmer eigenhandig laten uitvoeren. Hij beschikt namelijk niet over het noodzakelijke onderzoeksmateriaal. (…………) Een nader onderzoek kan alleen aan de hand van fotomateriaal worden gedaan. (………….)

3. AZC
De afscherming van asielzoekers (b)lijkt niet op waarheid te berusten. De directie van het AZC heeft ruimschoots haar medewerking verleend en zijn reeds op de eerste dag lijsten van cliënten en personeel ter beschikking van het team gesteld. Dit gegeven wordt in het verdere onderzoek ondermijnt of onderschreven. Er zijn diverse onderzoeken in het centrum verricht en verschillende personen zijn verhoord. De familie Vaatstra zal hun beeld daaromtrent waarschijnlijk nimmer wijzigen tenzij……… iemand anders die visie overtuigend kan wegnemen.

Een moordenaar die dergelijke verwondingen toebrengt is een “zwarte”. De politie heeft – vooral volgens de visie van mw. Vaatstra – die groep niet voldoende onderzocht. Het is bijzonder dat de officier van justitie Severein de familie Vaatstra heeft medegedeeld, dat de directrice van het AZC belangrijke informatie bewust heeft achtergehouden. Welke informatie wilde hij destijds niet aangeven. Volgens de recherche was die informatie niet zo belangrijk (meer). Een journalist van Panorama kreeg in een interview met haar te horen “ik kan en wil niet meewerken aan het oplossen van de moord”. Deze gegevens zijn door Vaatstra aan rapporteur per e-mail aangereikt. In de Panorama van 4 juli 2001 staat het interview. Mw. Groeneveld houdt een interview af en verwijst naar de COA. Die uitspraak mag je niet lezen in de trant van “niet willen meewerken aan een moordonderzoek”

Lijsten met de namen van cliënten en personeel zijn uit de auto van de directrice gestolen. Ondersteuning is vooralsnog niet gevonden. Destijds heeft de (landelijke)politiek de politie- en de OM leiding ervan kunnen weerhouden direct onderzoek te doen in het AZC. De directrice heeft het personeel verboden met de politie te praten. Deze opmerkingen worden niet door het volledige team gedeeld. Het AZC verleende wel medewerking. Via de familie of andere personen gaven personeelsleden toch informatie aan de politie. De directrice is door rapporteur benaderd voor commentaar. Zij wil niet meewerken en heeft niets op met de groep Nawijn. (………….)

4. Uit het onderzoek gestapte politieambtenaren.
Er zijn inderdaad politiemensen uit het onderzoek gestapt. Zij konden zich niet verenigen met het beleid of de onderzoeksmethodieken. Eén rechercheur wilde meer onderzoek doen binnen het AZC en in het DNA traject. Een andere rechercheur vond dat hij te weinig werd ingezet, zodat zijn betrokkenheid wegviel. (………..)

5. Second Opinion onderzoek.
De second opinion commissie is een onafhankelijke commissie. Zij heeft ongetwijfeld een objectieve visie in haar beoordelingsrapport gegeven. Het laat zich aanzien dat de weergave van het rapport op selectieve wijze door (de) leidinggevenden is uitgedragen en besproken. Een lid van het team kreeg kort de tijd een afgebakend gedeelte in te zien. Ook anderen kregen beperkte inzage.

Conclusies lijken door de korpsleiding onder de pet te zijn gehouden. Het afgehouden DNA onderzoek schijnt bekritiseerd te zijn. Een gegeven is dat door het 1e team (opsporings)fouten zijn gemaakt. De korpsleiding van de regio Friesland en het openbaar ministerie te Leeuwarden krijgen een sneer. Het is vreemd dat de integrale rapportage onder het GVO regiem is gebracht. Ongetwijfeld zal in het rapport concrete onderzoeksinformatie vermeld staan. Het andere gedeelte mag m.i. publiekelijk worden. Het beoordelingsrapport van de commissie dient in ieder geval integraal aan de groep Nawijn ter beschikking te worden gesteld. Het nu geschetste beeld zet vele vraagtekens. Den Hollander blijft wars. Hij stelt het rapport niet ter beschikking.

6. Gesprek met OM (OvJ De Graaf)
De hoofdofficier van justitie handelt te formeel. De officier mr. De Graaf dient ruimte te maken om met Vaatstra een gestructureerd gesprek te voeren. Het kan veel ongenoegen en wellicht onjuiste beeldvorming wegnemen en in ieder geval bijdragen tot een goede rouwverwerking. OvJ De Graaf heeft aangegeven dat hij met de familie Vaatstra wil praten. Hij heeft daar toestemming voor nodig van Den Hollander. Een dergelijk gesprek kan wellicht onderleiding van de hr. Nawijn worden gevoerd. (…………) (…….) (Gedeelten uit) het rapport zijn met de familie voor de publicatie besproken.

7. (……………)

8. Sporen fiets.
Hier ligt een open einde. Het is mij (nog) niet bekend of dit type fiets aan het publiek is getoond. Conclusie.
De familie Vaatstra blijft van mening dat politie en justitie fouten hebben gemaakt en dat zij die fouten eens moeten toegeven. Ook het openbaar ministerie is niet open en wijst elke vorm van kritiek op zeer formalistische wijze af. Een gesprek met OvJ De Graaf wordt niet toegestaan. De visie dat de moordenaar een AZC’er moet zijn, blijft een ingeworteld gegeven. Ook dat daar onvoldoende op is gerechercheerd, zit de familie dwars. Evenzo het weigeren tot een grootschalig DNA onderzoek.

De rapportage van de commissie wil de familie inzien. De politie heeft de mogelijkheid gehad de moordenaar van Marianne aan te houden. Zij heeft die kans door fouten en/of onwil van het openbaar ministerie laten liggen.
Tot zo ver in een nutshell de visie van de familie Vaatstra. De familie lijkt op een x-aantal punten het gelijk aan hun zijde te hebben. Ook het tegengestelde is waar. Bepaalde (ingewortelde) visies worden (in dit rapport gedeeltelijk) ondermijnt. In een gesprek kunnen deze wellicht verkeerde inzichten worden weggenomen.
Het is raadzaam om de aangegeven onderzoeksmogelijkheden onder de loep te nemen en deze uit te voeren. Wachten op een volgend ernstig zedenmisdrijf – met de mogelijkheid dat de dader wederom ontkomt – is uit den boze. Een politieteam verricht onderzoek binnen de door het openbaar ministerie aangegeven kaders. De officier van justitie is leider onderzoek. Het ware beter als de korpschef en de hoofdofficier van justitie algehele openheid (naar de politiemensen) hadden betracht. Nu blijft een zweem hangen. Dat veroorzaakt(e) onrust en heeft helaas tot “slachtoffers” binnen de politie en het OM geleid. Dit alles had voorkomen kunnen worden. Een reden tot deze starheid is voorlopig onbekend.

Aandachtspunten:

inzage rapportage van de commissie Van Dijk;
(…………)
onderzoek “handboeien”
entameren gesprek tussen de familie en OvJ De Graaf
(………….)
DNA
Sporen fiets
Meerdere personen aanhoren
Combinatie van 3, 6 en 7

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>