MARIANNE VAATSTRA: DWAALSPOREN OVERSCHADUWEN WERKELIJKE FEITEN
Het onderzoek – naar de moord op de 16 jarige Marianne Vaatstra – zou volgens velen – bewust zijn gesaboteerd om het nabijgelegen asielzoekerscentrum ’de Poelpleats’ en haar bewoners – koste wat het kost – buiten schot te houden. Zonder enig hard bewijs werd er vrijwel meteen massaal met beschuldigende vinger gewezen richting het asielzoekerscentrum. Vechtpartijen, demonstraties, en toespraken volgden. racistisch getinte uitlatingen werden daarbij niet geschuwd, wat uiteindelijk zelfs heeft geleid tot enkele veroordelingen. De overtuiging dat de dader een asielzoeker moet zijn geweest leeft nu – na ruim 12 jaar – nog steeds. Moet de dader inderdaad enkel in deze richting worden gezocht? Of zijn deze mensen misschien zodanig overtuigd geraakt van hun eigen gelijk dat zij alle werkelijke feiten uit het oog zijn verloren?
Volgens de auteur van een anonieme brief – ontvangen door de ouders van Marianne – zou in mei 1999 onder strikte geheimhouding een asielzoeker zijn overgeplaatst van het asielzoekercentrum in Kollum naar een speciale afdeling in Musselkanaal. Kort na deze overplaatsing zou de asielzoeker – volgens de briefschrijver – via Schiphol zijn uitgezet naar eigen land, waar hij zou worden gezocht voor de moord op diverse vrouwen. Deze brief is volgens velen een ‘bewijs’ dat de dader inderdaad een asielzoeker zou zijn geweest. Maar enig bewijs voor de inhoud van deze brief ontbreekt. Bovendien blijft het nog maar de vraag in hoeverre men een anonieme brief serieus kan nemen. Was deze brief werkelijk afkomstig van iemand die over echte informatie beschikte, of was deze brief misschien een poging om de theorie – van de mogelijke betrokkenheid van het asielzoekerscentrum – nieuw leven in te blazen? Wie de schrijver is geweest van deze brief, en met welke reden deze is verzonden is nooit achterhaald.
Een ander hardnekkig gerucht dat – nog steeds – de ronde blijft doen, is dat in oktober 1999 een verkeerde verdachte zou zijn aangehouden. Enkele getuigen beweerden dat de Ali – die destijds werd afgebeeld op een opsporingsfoto – een stuk kleiner en dikker zou zijn dan de Ali die destijds in Turkije werd aangehouden. Zij kwamen tot deze conclusie na het zien van een interview met deze Ali dat werd uitgezonden op sbs 6. Wanneer men echter – objectief – de Ali van de opsporingsfoto en de Ali uit het interview met elkaar vergelijkt, dan blijkt toch vrij duidelijk dat de Ali – uit het interview – wel degelijk dezelfde persoon is die destijds werd afgebeeld op de opsporingsfoto. Het ziet er dus naar uit dat de getuigen zich hoogstwaarschijnlijk hebben vergist.

Eén van deze getuigen – een vriendin van Marianne – vertelde twee dagen na de moord tegen de politie, dat zij Feik op koninginnedag – samen met enkele andere asielzoekers – in Kollum zag lopen. Hij liep daar – volgens haar – met één persoon die zij niet kende, en omschreef hem als: “een man van rond de 25 jaar, met een bierbuikje, getinte huid, een wit baseball petje op, wit T-shirt, zwarte zonnebril en korter dan 1.75 meter.†Op 30 augustus 1999 verscheen in een uitzending van SBS 6 een pasfoto van de – 26-jarige hoofdverdachte in de zaak Vaatstra – Ali Hussein Hassan. Ook de vriendin van Marianne zag de foto tijdens deze uitzending voor het eerst, en dacht dat het gezicht van deze Ali van dezelfde persoon was die zij – maar liefst vier maanden daarvoor – in Kollum zag lopen.
Een andere getuige – Gerrit Veldman – zat destijds in een Noorse gevangenis. Hier zou hij een – korte pafferige – Irakees hebben ontmoet. Toen deze man merkte dat Veldman een Nederlander was, begon de Irakees zich – volgens Veldman – terughoudender te gedragen. Veldman zag in de agenda van de man enkele adressen uit Kollum staan, en kreeg – enkel op basis hiervan – het idee dat deze man mogelijk iets te maken zou kunnen hebben met de moord op Marianne Vaatstra. Veldman kreeg het vermoeden dat deze man misschien wel eens hoofdverdachte, Ali Hussein Hassan zou kunnen zijn. Veldman kreeg steun van Anton Holleboom die beweerde dat hij de dagvaarding van de Irakees onder ogen had gekregen. Volgens hem stond daarop dat de Irakese man op 5 mei 1999 in Noorwegen zou zijn aangekomen, en dat hij o.a. een vrouw met een mes zou hebben bedreigd. De noorse autoriteiten wisten dit verhaal echter compleet te weerleggen. De naam van de Irakees was weliswaar Ali, maar had een totaal andere achternaam. Bovendien had deze man zich schuldig gemaakt aan een hoop zaken, maar het bedreigen van vrouwen met messen viel daar absoluut niet onder. Een eventuele datum van aankomst in Noorwegen stond eveneens niet vermeld op dagvaardingen. Toen Veldman – op 14 april 2010 – een foto van zijn medegedetineerde onder ogen kreeg, bleek hij ineens niet meer zo zeker van zijn zaak te zijn, en zei: “Ja, dat zou hem kunnen zijn. Maar zeker weten doe ik het niet. Het is al een lange tijd geleden.â€
Enkele dagen nadat Gerrit Veldman met zijn verhaal naar buiten was gekomen, verscheen er een niewe getuige, Rosalin van Zessen. In 1999 woonde zij in een huurkamer in een woning aan de Kleine Kerkstraat in Leeuwarden. Ze woonde er met nog twee bewoners, waaronder een buitenlandse man, die zij Ali noemde. Van Zessen beweerde dat deze Ali de ochtend na de moord op Marianne Vaatstra met bebloede kleding en handen thuiskwam, een bebloed mes op tafel legde, en vertelde: ‘dat ze haar strot dieper hadden moeten doorsnijden’. Ook zou hij de naam ‘Marianne Vaatstra’ duidelijk hebben uitgesproken. Nadat van Zessen het verhaal had gelezen van Veldman wist ze zeker dat het om dezelfde Ali moest gaan. Dit voorval zou zij al die tijd hebben weggedrukt. Ze beweerde zodanig te zijn geschrokken dat ze destijds zou zijn dichtgeklapt. Vervolgens besloot zij 10 jaar later niet met haar verhaal naar de politie te gaan, maar ging rechtstreeks naar de redactie van de Telegraaf. Tijdens gesprekken met enkele rechercheurs bleek van Zessen zich echter in de datum te hebben vergist. Een zeer opmerkelijke vergissing, aangezien iedereen die zich ook maar enigszins in de zaak Vaatstra heeft verdiept weet dat de moord plaats heeft gevonden in het jaar 1999, in de nacht na koninginnedag, een dag met een datum die bovendien bij vrijwel iedere nederlander bekend is, en dus ook niet moeilijk zou moeten zijn om te onthouden. Nog een probleem in het verhaal van Rosalin is dat Ali Hussein Hassan een asielzoeker was die verbleef op het Asielzoekerscentrum in Kollum, terwijl de Ali uit het verhaal van Rosalin haar buurman zou zijn aan de ‘Kleine Kerkstraat’ in Leeuwarden. Daarnaast is de bewering dat Ali Hussein Hassan zou hebben gezegd ‘dat ze haar strot dieper hadden moeten doorsnijden’ en dat hij ook nog eens duidelijk de naam ‘Marianne Vaatstra’ zou hebben laten vallen – zeer ongeloofwaardig. Ali Hussein Hassan bleek namelijk nauwelijks een woord nederlands te spreken. Nadat eerst massaal in de media verscheen dat er na 10 jaar een nieuwe getuige zou zijn in de zaak Vaatstra, verscheen niet veel later – in dezelfde media – dat deze getuige zich bleek te hebben vergist.
In maart 2010 kwam het programma ‘EenVandaag’ met een reeks afleveringen over de zaak Vaatstra, en dat er mogelijk een verkeerde verdachte zou zijn opgepakt. Naast de vriendin van Marianne en Gerrit Veldman, verscheen – in dit programma – nóg een getuige. Ene Rob beweerde tijdens een interview te spreken namens vier andere beveiligers. In uniform, onherkenbaar, en met vervormde stem, beweert hij dat de destijds opgepakte Ali niet de Ali zou zijn die de beveiligers bedoelden. Zij zouden dit – volgens Rob – meerdere malen aan de politie hebben doorgegeven, maar deze zouden nooit wat met deze informatie hebben gedaan. ‘EenVandaag’ blijkt hier achteraf vreselijk te hebben geblunderd. Deze Rob blijkt in werkelijkheid helemaal nooit te hebben gewerkt als beveiliger op het asielzoekerscentrum. Na de uitzending van ‘EenVandaag’ verscheen hij met twee anderen op het politiebureau en beweerde hij Ali enkel te kennen van het voetballen. De twee anderen waren in 1999 wél beveiligers op het AZC, maar bleken – in tegenstelling tot wat in het programma ‘EenVandaag’ werd beweerd, helemaal nooit met de politie te hebben gesproken. Deze beveiligers slaagden er – op het politiebureau – in om de juiste Ali aan te wijzen op een groepsfoto, maar van andere foto’s bleken zij niet in staat om hem te herkennen. Ook wezen zij een verkeerde caravan aan nadat hen werd gevraagd naar de verblijfplaats van Ali. In de caravan die zij aanwezen verbleef destijds namelijk een andere asielzoeker die gedeeltelijk dezelfde achternaam had. Saillant detail is dat deze twee beveiligers naderhand aangaven dat zij hun medewerking aan het programma hebben verleend op verzoek van twee vrouwen, waarvan één in het verleden – vanwege de zaak vaatstra – is veroordeeld wegens racistisch getinte uitlatingen. De twee andere beveiligers – namens wie Rob beweerde te spreken – zeggen dat zij wel waren benaderd om mee te werken aan de uitzending van ‘EenVandaag’, maar dat zij dit niet wilden. Deze beveiligers waren namelijk – in tegenstelling tot hun collega’s – van mening dat de juiste Ali wel degelijk is aangehouden.
Tevens kwam in het programma het voorval in ‘de Ringobar’ aan bod. Een paar maanden voor de moord zou Marianne in deze discotheek zijn bedreigd door twee asielzoekers. Eén van hen zou hoofdverdachte Ali Hussein Hassan zijn geweest. In het programma ‘EenVandaag’ beweert uitsmijter Bertus van ‘de Ringobar’. zich te herinneren dat de asielzoekers die Marianne destijds in de Ringobar bedreigden tussen de 1.50 en 1.60 meter lang waren en een beetje pafferig. Dit is zeer opmerkelijk! In het proces-verbaal uit 1999 staat namelijk van – dezelfde – Bertus een heel andere verklaring. Hij verklaarde destijds “dat hij geen’ signalement van de dreigende asielzoekers kon geven, omdat hij geen getuige was geweest van de gebeurtenisâ€. Hij zou alleen anderen over het voorval hebben horen praten. De vriendin van Marianne verklaarde dat de man die zij op Koninginnedag bij Feik zag, die bewuste avond niet in de Ringobar was, terwijl – volgens ‘EenVandaag’ – deze man Ali Hussein Hassan zou zijn geweest, en hij daar die avond wél aanwezig was. In februari gaf ‘Lammert de Bruin’ – redacteur van het programma ‘EenVandaag’ – aan dat zij binnenkort terug zouden komen op de zaak Vaatstra. Tot op heden is deze belofte echter nooit waargemaakt.
Het is overduidelijk dat het verhaal – over een verkeerde opgepakte Ali – alles behalve geloofwaardig overkomt, en – hoogstwaarschijnlijk – niet op waarheid berust. Mede dankzij de journalistieke blunders van het programma ‘EenVandaag’ werd dit gerucht grootschalig de wereld ingeholpen, en werd door menigeen met beide handen aangegrepen om wederom richting de asielzoekers te wijzen. Al deze geruchten, leugens en dwaalsporen overschaduwen echter de werkelijke feiten. Men lijkt te zijn vergeten waar het in werkelijkheid om zou moeten gaan. Het oplossen van de gruwelijke moord op een 16 jarig meisje.
