ARIE VAN DER STELT HIELD BOTRESTEN VERBORGEN

Volkomen onverwachts staat de – 27 jaar oude – vermissingszaak van Germa van den Boom weer vollop in de belangstelling. Dit is te danken aan een bizar voorval met – de voormalige buurman van Germa – Arie van der Stelt. Tijdens een interview met Omroep Brabant liet hij per ongeluk een zakje met botresten uit zijn tas vallen. Arie beweert – ruim twee jaar geleden – tijdens een nachtelijke grondboring – in zijn eentje – een stuk bot te hebben gevonden. Hij zou de botresten al die tijd hebben achtergehouden vanwege zijn argwaan tegen de politie.

Deze verklaring is zeer opmerkelijk. Twee jaar geleden had Arie namelijk geen enkele moeite om ‘andere vondsten’ over te dragen aan de politie. Samen met een werkgroep kwam hij destijds in het nieuws vanwege ‘opmerkelijk vondsten’ – die zij zouden hebben gedaan tijdens opgravingen. Kledingstukken, schoonmaakmiddelen, plastic handschoenen en nog meer voorwerpen droegen zij destijds over aan de politie. De werkgroep bleek echter te hebben gegraven in een vuilstortplaats. Het was dus absoluut niet vreemd dat zij hier dergelijke spullen hadden aangetroffen. Verbazingwekkend genoeg wisten zij met deze ‘vondsten’ enorme aandacht te genereren in de media. Er werd zelfs al gesproken van een snelle oplossing van de zaak. Waarom zou Arie – destijds samen met de werkgroep – deze waardeloze spullen zodanig in de media in de media hebben gebracht, terwijl hij in het bezit was van botresten?

De botresten worden onderzocht door de technische recherche in Tilburg en het NFI. Het resultaat is – op zijn vroegst – volgende week bekend.

*Update 01-12-2011: De Politie heeft donderdag 1 december bekendgemaakt dat de botresten niet van Germa van den Boom blijken te zijn. Het NFI trok deze week de conclusie dat het geen menselijk bot is.

13 november 2011
By on 11:32
MARIANNE VAATSTRA: DWAALSPOREN OVERSCHADUWEN WERKELIJKE FEITEN

Het onderzoek – naar de moord op de 16 jarige Marianne Vaatstra – zou volgens velen – bewust zijn gesaboteerd om het nabijgelegen asielzoekerscentrum ’de Poelpleats’ en haar bewoners – koste wat het kost – buiten schot te houden. Zonder enig hard bewijs werd er vrijwel meteen massaal met beschuldigende vinger gewezen richting het asielzoekerscentrum. Vechtpartijen, demonstraties, en toespraken volgden. racistisch getinte uitlatingen werden daarbij niet geschuwd, wat uiteindelijk zelfs heeft geleid tot enkele veroordelingen. De overtuiging dat de dader een asielzoeker moet zijn geweest leeft nu – na ruim 12 jaar – nog steeds. Moet de dader inderdaad enkel in deze richting worden gezocht? Of zijn deze mensen misschien zodanig overtuigd geraakt van hun eigen gelijk dat zij alle werkelijke feiten uit het oog zijn verloren?

Volgens de auteur van een anonieme brief – ontvangen door de ouders van Marianne -  zou in  mei 1999 onder strikte geheimhouding een asielzoeker zijn overgeplaatst van het asielzoekerscentrum in Kollum naar een speciale afdeling in Musselkanaal. Kort na deze overplaatsing zou de asielzoeker – volgens de briefschrijver – via Schiphol zijn uitgezet naar eigen land, waar hij zou worden gezocht voor de moord op diverse vrouwen. Deze brief is volgens velen een ‘bewijs’ dat de dader inderdaad een asielzoeker zou zijn geweest. Maar enig bewijs voor de inhoud van deze brief ontbreekt. Bovendien blijft het nog maar de vraag in hoeverre men een anonieme brief serieus kan nemen. Was deze brief werkelijk afkomstig van iemand die over echte informatie beschikte, of was deze brief misschien een poging om de theorie – van de mogelijke betrokkenheid van het asielzoekerscentrum - nieuw leven in te blazen? Wie de schrijver is geweest van deze brief, en met welke reden deze is verzonden is nooit achterhaald.

Een ander hardnekkig gerucht dat – nog steeds – de ronde blijft doen, is dat in oktober 1999 een verkeerde verdachte zou zijn aangehouden. Enkele getuigen beweerden dat de Ali - die destijds werd afgebeeld op een opsporingsfoto - een stuk kleiner en dikker zou zijn dan de Ali die destijds in Turkije werd aangehouden. Zij kwamen tot deze conclusie na het zien van een interview met deze Ali dat werd uitgezonden op Sbs 6. Wanneer men echter – objectief  – de Ali van de opsporingsfoto en de Ali uit het interview met elkaar vergelijkt, dan blijkt toch vrij duidelijk dat de Ali – uit het interview - wel degelijk dezelfde persoon is die destijds werd afgebeeld op de opsporingsfoto. Het ziet er dus naar uit dat de getuigen zich hoogstwaarschijnlijk hebben vergist.

Een van deze getuigen – een vriendin van Marianne – vertelde twee dagen na de moord tegen de politie, dat zij Feik op Koninginnedag – samen met enkele andere asielzoekers – in Kollum zag lopen. Hij liep daar – volgens haar – met één persoon die zij niet kende, en omschreef hem als: “een man van rond de 25 jaar, met een bierbuikje, getinte huid, een wit baseball petje op, wit T-shirt, zwarte zonnebril en korter dan 1.75 meter.” Op 30 augustus 1999 verscheen in een uitzending van SBS 6 een pasfoto van de – 26-jarige hoofdverdachte in de zaak Vaatstra – Ali Hussein Hassan. Ook de vriendin van Marianne zag de foto tijdens deze uitzending voor het eerst, en dacht dat het gezicht van deze Ali van dezelfde persoon was die zij – maar liefst vier maanden daarvoor – in Kollum zag lopen.

Een andere getuige – Gerrit Veldman – zat destijds in een Noorse gevangenis. Hier zou hij een – korte pafferige – Irakees hebben ontmoet. Toen deze man merkte dat Veldman een Nederlander was, begon de Irakees zich – volgens Veldman – terughoudender te gedragen. Veldman zag in de agenda van de man enkele adressen uit Kollum staan, en kreeg – enkel op basis hiervan – het idee dat deze man mogelijk iets te maken zou kunnen hebben met de  moord op Marianne Vaatstra. Veldman kreeg het vermoeden dat deze man misschien wel eens hoofdverdachte, Ali Hussein Hassan zou kunnen zijn. Veldman kreeg steun van Anton Holleboom die beweerde dat hij de dagvaarding van de Irakees onder ogen had gekregen. Volgens hem stond daarop dat de Irakese man op 5 mei 1999 in Noorwegen zou zijn aangekomen, en dat hij o.a. een vrouw met een mes zou hebben bedreigd. De Noorse autoriteiten wisten dit verhaal echter compleet te weerleggen. De naam van de Irakees was weliswaar Ali, maar had een totaal andere achternaam. Bovendien had deze man zich schuldig gemaakt aan een hoop zaken, maar het bedreigen van vrouwen met messen viel daar absoluut niet onder. Een eventuele datum van aankomst in Noorwegen stond eveneens niet vermeld op dagvaardingen. Toen Veldman – op 14 april 2010 - een foto van zijn medegedetineerde onder ogen kreeg, bleek hij ineens niet meer zo zeker van zijn zaak te zijn, en zei: “Ja, dat zou hem kunnen zijn. Maar zeker weten doe ik het niet. Het is al een lange tijd geleden.”

Enkele dagen nadat Gerrit Veldman met zijn verhaal naar buiten was gekomen, verscheen er een niewe getuige, Rosalin van Zessen.  In 1999 woonde zij in een huurkamer in een woning aan de Kleine Kerkstraat in Leeuwarden.  Ze woonde er met nog twee bewoners, waaronder een buitenlandse man, die zij Ali noemde. Van Zessen beweerde dat deze Ali de ochtend na de moord op Marianne Vaatstra met bebloede kleding en handen thuiskwam, een bebloed mes op tafel legde, en vertelde: ‘dat ze haar strot dieper hadden moeten doorsnijden’. Ook zou hij de naam ‘Marianne Vaatstra’ duidelijk hebben uitgesproken. Nadat van Zessen het verhaal had gelezen van Veldman wist ze zeker dat het om dezelfde Ali moest gaan. Dit voorval zou zij al die tijd hebben weggedrukt. Ze beweerde zodanig te zijn geschrokken dat ze destijds zou zijn dichtgeklapt. Vervolgens besloot zij 10 jaar later niet met haar verhaal naar de politie te gaan, maar ging rechtstreeks naar de redactie van de Telegraaf. Tijdens gesprekken met enkele rechercheurs bleek van Zessen zich echter in de datum te hebben vergist. Een zeer opmerkelijke vergissing, aangezien iedereen die zich ook maar enigszins in de zaak Vaatstra heeft verdiept weet dat de moord plaats heeft gevonden in het jaar 1999, in de nacht na Koninginnedag, een dag met een datum die bovendien bij vrijwel iedere Nederlander bekend is, en dus ook niet moeilijk zou moeten zijn om te onthouden. Nog een probleem in het verhaal van Rosalin is dat Ali Hussein Hassan een asielzoeker was die verbleef op het Asielzoekerscentrum in Kollum, terwijl de Ali uit het verhaal van Rosalin haar buurman zou zijn aan de ‘Kleine Kerkstraat’ in Leeuwarden. Daarnaast is de bewering dat Ali Hussein Hassan zou hebben gezegd ‘dat ze haar strot dieper hadden moeten doorsnijden’ en dat hij ook nog eens duidelijk de naam ‘Marianne Vaatstra’ zou hebben laten vallen - zeer ongeloofwaardig. Ali Hussein Hassan bleek namelijk nauwelijks een woord Nederlands te spreken. Nadat eerst massaal in de media verscheen dat er na 10 jaar een nieuwe getuige zou zijn in de zaak Vaatstra, verscheen niet veel later – in dezelfde media -  dat deze getuige zich bleek te hebben vergist.

In maart 2010 kwam het programma ‘EenVandaag’ met een reeks afleveringen over de zaak Vaatstra, en dat er mogelijk een verkeerde verdachte zou zijn opgepakt. Naast de vriendin van Marianne en Gerrit Veldman, verscheen – in dit programma – nóg een getuige. Ene Rob beweerde tijdens een interview te spreken namens vier andere beveiligers. In uniform, onherkenbaar, en met vervormde stem, beweert hij dat de destijds opgepakte Ali niet de Ali zou zijn die de beveiligers bedoelden. Zij zouden dit – volgens Rob – meerdere malen aan de politie hebben doorgegeven, maar deze zouden nooit wat met deze informatie hebben gedaan. ‘EenVandaag’ blijkt hier achteraf vreselijk te hebben geblunderd. Deze Rob blijkt in werkelijkheid helemaal nooit te hebben gewerkt als beveiliger op het asielzoekerscentrum. Na de uitzending van ‘EenVandaag’ verscheen hij met twee anderen op het politiebureau en beweerde hij Ali enkel te kennen van het voetballen. De twee anderen waren in 1999 wél beveiligers op het AZC, maar bleken – in tegenstelling tot wat in het programma ‘EenVandaag’ werd beweerd, helemaal nooit met de politie te hebben gesproken. Deze beveiligers slaagden er - op het politiebureau - in om de juiste Ali aan te wijzen op een groepsfoto, maar van andere foto’s bleken zij niet in staat om hem te herkennen. Ook wezen zij een verkeerde caravan aan nadat hen werd gevraagd naar de verblijfplaats van Ali. In de caravan die zij aanwezen verbleef destijds namelijk een andere asielzoeker die gedeeltelijk dezelfde achternaam had. Saillant detail is dat deze twee beveiligers naderhand aangaven dat zij hun medewerking aan het programma hebben verleend op verzoek van twee vrouwen, waarvan één in het verleden – vanwege de zaak Vaatstra – is veroordeeld wegens racistisch getinte uitlatingen. De twee andere beveiligers – namens wie Rob beweerde te spreken – zeggen dat zij wel waren benaderd om mee te werken aan de uitzending van ‘EenVandaag’, maar dat zij dit niet wilden. Deze beveiligers waren namelijk - in tegenstelling tot hun collega’s – van mening dat de juiste Ali wel degelijk is aangehouden.

Tevens kwam in het programma het voorval in ‘de Ringobar’ aan bod. Een paar maanden voor de moord zou Marianne in deze discotheek zijn bedreigd door twee asielzoekers. Een van hen zou hoofdverdachte Ali Hussein Hassan zijn geweest. In het programma ‘EenVandaag’ beweert uitsmijter Bertus van ‘de Ringobar’. zich te herinneren dat de asielzoekers die Marianne destijds in de Ringobar bedreigden tussen de 1.50 en 1.60 meter lang waren en een beetje pafferig. Dit is zeer opmerkelijk! In het proces-verbaal uit 1999 staat namelijk van -  dezelfde – Bertus een heel andere verklaring. Hij verklaarde destijds “dat hij geen’ signalement van de dreigende asielzoekers kon geven, omdat hij geen getuige was geweest van de gebeurtenis”. Hij zou alleen anderen over het voorval hebben horen praten. De vriendin van Marianne verklaarde dat de man die zij op Koninginnedag bij Feik zag, die bewuste avond niet in de Ringobar was, terwijl – volgens ‘EenVandaag’ – deze man Ali Hussein Hassan zou zijn geweest, en hij daar die avond wél aanwezig was. In februari gaf ‘Lammert de Bruin’ – redacteur van het programma ‘EenVandaag’ – aan dat zij binnenkort terug zouden komen op de zaak Vaatstra. Tot op heden is deze belofte echter nooit waargemaakt.

Het is overduidelijk dat het verhaal – over een verkeerde opgepakte Ali – alles behalve geloofwaardig overkomt, en – hoogstwaarschijnlijk – niet op waarheid berust. Mede dankzij de journalistieke blunders van het programma ‘EenVandaag’ werd dit gerucht grootschalig de wereld in geholpen, en werd door menigeen met beide handen aangegrepen om wederom richting de asielzoekers te wijzen. Al deze geruchten, leugens en dwaalsporen overschaduwen echter de werkelijke feiten. Men lijkt te zijn vergeten waar het in werkelijkheid om zou moeten gaan. Het oplossen van de gruwelijke moord op een 16 jarig meisje.


By on 11:19
GERMA VAN DEN BOOM: UITSLUITEN OP BASIS VAN DNA UITGESLOTEN

Op de avond van de verdwijning van Germa van den Boom kwam een man – met bebloede handen en gezicht – een café binnen, zo verklaarde een getuige destijds. Hij vertelde dat hij had gevochten en wilde hier verder niets over kwijt. Deze man zou een bekende van Germa zijn geweest. Dit was voldoende aanleiding – voor het toenmalige rechercheteam – om alle pijlen te richten op deze mogelijke verdachte. Omdat de man inmiddels al was overleden werden zijn kinderen benaderd om DNA af te staan. De man werd uiteindelijk – na DNA onderzoek – uitgesloten als mogelijke dader.

In 2003 kwam Arie van der Stelt op het idee om alle mannen – die destijds 16 jaar en ouder waren – te vragen om DNA af te staan. De voormalige buurman van Germa verzamelde uiteindelijk 96 handtekeningen, maar het DNA onderzoek werd door justitie afgewezen. Arie zou persoonlijk wél – na DNA onderzoek – zijn uitgesloten als dader. Hij beweert een bewijs te hebben dat hij de dader niet is, namelijk een schrijve over zijn DNA. Volgens Ad Mol – zijn trouwe kompaan – was Arie hier groots mee. Hij zou zich hiermee kunnen rechtvaardigen.

Maar heeft Arie hier wel gelijk in? Als zijn DNA inderdaad zou zijn onderzocht en hij dit – zwart op wit -aan zou kunnen tonen, kan hij zich hier dan inderdaad mee rechtvaardigen? Zou hiermee dan inderdaad onomstotelijk vast kunnen staan dat hij niets met de verdwijning van zijn buurmeisje te maken zou kunnen hebben? Of bewijst het ‘bewijsstuk’ van Arie – waar hij zo groots mee is – in werkelijkheid eigenlijk niet zo veel als hij misschien zou willen?

Om iemand op basis van een DNA onderzoek uit te sluiten als mogelijke dader, is immers een ‘daderspoor’ nodig. In de zaak Germa van den Boom is echter niet eens hard bewijs gevonden van een misdrijf, laat staan dat men in bezit zou zijn van een ‘duidelijk daderspoor’. Dit betekent dat alle DNA-onderzoeken in de zaak Germa van den Boom – waaronder die van Arie van der Stelt en de man uit het café – in werkelijkheid hoogstens kunnen bewijzen, dat hun DNA niet overeenkomt met het DNA waarmee het is vergeleken. Maar met welk DNA dit dan ook is vergeleken, er is absoluut geen enkel bewijs dat dit spoor daadwerkelijk van dé dader is. Sterker nog, er is geen eens bewijs dat er überhaupt sprake is geweest van een dader. Het is in de zaak Germa van den Boom dus uitgesloten dat men iemand kan uitsluiten enkel op basis van DNA.


By on 10:55
VAATSTRA – RAPPORT HANS AKERBOOM


In 2006 verscheen een rapport – over de zaak Vaatstra – van oud-rijksrechercheur Hans Akerboom op de website van Hilbrand Nawijn. Toen Nawijn enige tijd later – na een fikse ruzie met vader Vaatstra – uit de ‘Marianne Vaatstra Stichting’ stapte, verdween ook het rapport van zijn website. Hierdoor is het rapport – nu jaren later – niet meer op internet te vinden. Via een internetarchief hebben wij echter het rapport weten te achterhalen.

AAN: Groep Nawijn Tweede Kamer.

t.a.v mr. H.P.A. Nawijn.

Onderwerp.

Marianne Vaatstra.

Geachte heer Nawijn.

Uw transparantie naar de burger ondersteun ik. Burgers en vooral politiemensen hechten bijzonder aan het recht op privacy. In mijn memo staat zeer privacy gevoelige informatie. Om die reden heb ik het memo in een rapport verwerkt. Ik heb getracht de opbouw geen geweld aan te doen. Wel heb ik de namen en bijzondere aangelegenheden geanonimiseerd door toekenning van een nummer. Sommige paragrafen heb ik weggelaten. Zeer specifieke sporen benoem ik evenmin. Niet opgenomen zinsnede wordt aangeduid met (…..). Ik besef dat de leesbaarheid hierdoor wordt bemoeilijkt.

Met vriendelijke groet,

Hans.

Rapport.
Algemeen.

(…….) De heer Vaatstra sprak vrij uit en had zijn emoties onder controle. Op de momenten dat de politie en het openbaar ministerie aan de orde kwamen, sprak hij regelmatig met stemverheffing en ongenoegen. Volgens Vaatstra heeft het eerste onderzoeksteam, onder leiding van OvJ De Graaf, grote fouten gemaakt.

Vaatstra lijkt zeer goed op de hoogte te zijn. Hij kent juridische termen en het politiejargon is hem niet vreemd. Hetgeen hij vertelt, komt plausibel over. Enkele cruciale punten en/of vragen houden hem nog immer bezig. Bij navraag bij het OM en de politie stuit hij op een dikke muur. (Opm. Zie hiertoe de brief die Vaatstra recent van de hoofdofficier heeft ontvangen. Dit “botte” schrijven leidt niet tot de gewenste sfeer, laat staan tot goede communicatie – met OvJ De Graaf-).

Volgens Vaatstra hield de teamleiding bij de start van het onderzoek de bewoners van het asielzoekerscentrum direct buiten een eventuele verdenking. Door (…..) werd gesproken in de trant van “Die kant gaan we niet uit.” Meerdere personen kunnen hierover verklaren.

Vaatstra heeft zo nu en dan contact met de media (……..) en enkele rechercheurs. In de nacht van 30 april op 1 mei 1999 is Marianne vermoord. Vaatstra vond zijn vermoorde dochter. Inmiddels zijn vele details publiekelijk geworden. Dat gedeelte laat ik buitenbeschouwing. Niet alle onderzoeksgegevens zijn naar buiten gebracht. Vaatstra kent enkele items.

De moord op Marianne wordt (alleen door Vaatstra?) als “de perfecte moord” omschreven. De dader heeft nagenoeg geen sporen achtergelaten. Sperma leidde tot een daderprofiel. Uit het gesprek met Vaatstra heb ik zeven items geselecteerd. Ik benoem deze in willekeurige volgorde. In gesprekken worden (later) ook andere items belicht.

Geselecteerde items.

Grootschalige DNA onderzoek
Zoals aangegeven moesten de bewoners van het asielzoekerscentrum met “handschoenen” worden benaderd. In ieder geval mocht het accent niet op die groep worden gelegd. Zijzelf wilden DNA materiaal afstaan. Van ongeveer 800 personen is DNA materiaal afgenomen. Ze behoren tot één van de volgende categorieën;

de discogroep
eerder veroordeelden uit de omgeving en
zelfmoordenaars.

Volgens Vaatstra wilden politiemensen geen DNA materiaal afstaan. Ze zijn namelijk niet in een bepaalde categorie onder te brengen.

(…..)

Destijds heeft Peter R. de Vries gepleit voor een groot DNA onderzoek. De politie was daar voor, maar de hoofdofficier van justitie Den Hollander en de officier van justitie Vriezen niet. Ook een soortgelijk verzoek van Vaatstra om binnen een straal van bijvoorbeeld 15 km een dergelijk onderzoek te verrichten, is niet gehonoreerd. De politie had wel 6.000.000,– gulden “klaar liggen”.

2. Onderzoek bij het Engelse “Forensic Sience Service” FSS.
Sporen op het lichaam van Marianne duiden er op dat haar handen/polsen vastgebonden zijn geweest. Het materiaal dat daarvoor is gebruikt, is niet aangetroffen. Volgens Vaatstra zijn die verwondingen en het materiaal dat dat letsel heeft veroorzaakt niet voldoende onderzocht .

A106 (………..) heeft Vaatstra in vertrouwen het volgende medegedeeld. “Om vast te stellen waarmee de handen/polsen van Marianne daadwerkelijk gebonden zijn geweest, is een onderzoek bij het Forensic Sience Service in Engeland aanbevelenswaardig. (Opm. De evenknie van het Nederlands Forensisch Instituut). Dergelijke onderzoeken hebben vaker plaatsgevonden. Het vermoeden is dat de polsen van Marianne niet met een touw gebonden zijn geweest, maar met (een) handboei(en). In Engeland kan men dat uitsluitsel vermoedelijk geven.” A106 noemde hierbij de naam van een persoon die werkzaam is of connecties heeft met medewerkers bij het Nederlands Forensisch Instituut.

Vaatstra dient, volgens A106, dat onderzoek zelf te bekostigen. Hij kan contact opnemen met de desbetreffende persoon. (opm. gegevens bij rapporteur.) Vaatstra mag dit absoluut niet aan de politie mededelen, omdat zij dan (volgens A106) vermoedelijk de hakken in het zand zal zetten.

3. (…..)

4. Uit het onderzoek gestapte politieambtenaren.
A. Uit het 1e onderzoeksteam zijn twee rechercheurs gestapt omdat zij het met de teamleiding niet eens waren en niet over weg konden met het uit te voeren beleid. Dit gegeven heeft Vaatstra vernomen van een politieman. De namen van de rechercheurs zijn hem onbekend. (……)

B. Een andere rechercheur (……..) heeft na de afronding van het eerste onderzoek uit ongenoegen de politie verlaten. (…..)

5. Second opinion.
Het politieonderzoek leverde niet het gewenste resultaat op. Het second opinion onderzoek, onder leiding van de advocaat-generaal mw. mr. L. van Dijk bij het Gerechtshof te ’s-Gravenhage, leidde er toe dat een ander team opnieuw een onderzoek moest instellen. Die commissie (en ook het nieuwe team) heeft (hebben) het onderzoek van het 1e team zwaar bekritiseerd en daar geen spaan van heel gelaten! Volgens Vaatstra heeft hij aan het second opinion team veel gegevens verstrekt en toch heeft hij, ondanks dat, geen inzage in de uitgebrachte rapportage gekregen. Vaatstra is daar zeer verontwaardigd over.

6. Gesprek met OvJ De Graaf.
Officier van Justitie De Graaf was zaaksofficier. Vaatstra heeft hem nimmer persoonlijk gesproken. Hij wil alsnog een gesprek met hem om in ieder geval uitsluitsel te verkrijgen op de vele vragen die nog steeds bij Vaatstra leven, zoals

waarom heeft het second opinion-team geen spaan heel gelaten van het 1e onderzoek,
waarom houden leden van het openbaar ministerie elkaar de hand boven het hoofd,
waarom heeft De Graaf nimmer contact met Vaatstra opgenomen,
waarom liegt de hoofdofficier van justitie Den Hollander in zijn laatste brief,
waarom werden de bewoners van het asielzoekerscentrum van meet af aan buiten schot gehouden en
waarom werden speurhonden teruggeroepen toen zij een spoor volgden richting het asielzoekerscentrum in Kollum.

(…..) Den Hollander houdt – in zijn brief – een gesprek tussen De Graaf en Vaatstra af.
(…..)

Gesprekken.

1. (………..)
2. (…….…..)

Op 1 mei 1999 was A110 (…….) onderweg (………), toen hij werd opgebeld door Ineke, de dochter van Vaatstra, met de mededeling dat haar zus Marianne was vermoord. Tevens kreeg hij het verzoek van haar om de familie te ondersteunen. A110 belde daartoe met zijn leidinggevende A112 en vroeg toestemming. Hij moest navraag doen. Inmiddels had A110 besloten (…..)Vaatstra te helpen. Van het korps kreeg hij te horen dat ‘t hem niet werd verboden, maar werd afgeraden.

(………) A110 was onder andere de liaison tussen het korps en de familie. Hij sprak niet inhoudelijk met de collegae. Evenmin keek hij in de politiebestanden, die overigens in zo’n onderzoek grotendeels zijn afgeschermd. Ook heeft hij zich niet bemoeid met de rechercheurs van het RBT. Er draaiden destijds minimaal 3 andere teams dus niet de meest super rechercheurs zaten op de zaak Marianne. A110 regelde en was bij de gesprekken met journalisten, justitie, de burgemeester en verzorgde in belangrijke mate de begrafenis.

Er werd een (politie)familiekoppel aangesteld. Dat was niet zo’n succes want één rechercheur daarvan woont in het dorp en is een kennis van Vaatstra. Die rechercheur deed uitlatingen in het voordeel van Vaatstra die hij later niet waar kon maken. Dat liep dus verkeerd af. In het begin was het onderzoek hoofdzakelijk rond en op de PD gericht. Een ruim omgevingsonderzoek werd echter nagelaten; binnen het AZC (wie wonen en werken daar, wie waren die dag op bezoek) de hotelgasten en vrienden en andere bekenden van bewoners werden buiten beschouwing gelaten. Later ging men daar wel achteraan en toen bleken de lijsten met de gegevens van de asielzoekers (uit de auto van de directrice van het AZC) te zijn gestolen.

Er zijn beveiligers van het AZC die tips aan de politie en de familie hebben verstrekt. Volgens de politie zijn die onderzocht. Helaas, zo verwoordde de politie, heeft dat geen concrete aanknopingspunten opgeleverd. Zo’n antwoord komt, volgens A110, (bij de familie) niet bevredigend over. Hierdoor blijft de achterdocht hoogtij vieren.

Het 1e team wilde een DNA onderzoek. Het daderprofiel gaf een x-aantal criteria aan, zoals een jonge jongen, wonende bij zijn ouders en in de omgeving van de pd. Het DNA onderzoek – binnen een bepaalde straal – werd door het OM niet gehonoreerd. Toen later de zaak aanhangig werd gemaakt door Peter R. de Vries, de gebr. Anker en Moskovitch mocht niemand van het team naar de rechtszaak. Het OM won de zaak. Redenen daartoe waren dat het daderprofiel was gewijzigd en de omtrek waarbinnen DNA onderzoek moest plaats vinden kennelijk uit de losse pols was vastgesteld. Volgens A110 schijnt de second opinion commissie het afwijzen van het DNA onderzoek als een minpunt te bestempelen.

Ruim een jaar na de moord vond de second opinion plaats. Veel fouten schijnen te zijn gemaakt en het opsporingsteam heeft kansen laten liggen. Welke dat daadwerkelijk zijn, is bij A110 niet bekend. Hij vernam dat in algemene zin van collegae, doch zij gingen daar zaakinhoudelijk niet op in. A110 raadt aan het 2e familiekoppel (o.a. A103) daarover te interviewen. Zij kennen die items en kunnen (dus) veel vertellen. Het is A110 bekend geworden, dat rechercheurs onvrede hadden. Waarover is hem onbekend. Hij weet evenmin de namen.

Met het 2e familiekoppel liep het niet goed. Vaatstra kreeg geen antwoorden en ging naar justitie. Die communicatie liep helemaal niet, temeer omdat de contact ambtenaar van justitie (…….) bij de familie thuis anders opereerde dan in het gesprek waarbij de OvJ en de HovJ aanwezig waren. Om die reden is overgegaan naar een schriftelijke communicatie. Dat verliep van justitiezijde uit heel formeel en het duurde lang voordat antwoord werd verkregen. Volgens Vaatstra heeft/hebben de politie en/of justitie de zaak gefrustreerd omdat daartoe kennelijk noodzaak was

(………) De overheid is – naar de mening van A110 – niet transparant geweest. (……….)

Volgens A110 kun je daar voorlopig weinig aan veranderen zolang de politie die geruchten ontkent en het dossier gesloten blijft voor de familie en anderen.

3.

(……….)

Het 2e second opinion onderzoek (……….) kent hij. De stelling dat de commissie geen spaan heeft heel gelaten, vindt hij te zwaar aangezet. Hij geeft aan dat “noodzakelijke kwaliteitsverbetering” een betere formulering is. De uitslag was dat sommige items beter onderzocht hadden moeten worden.

De familie Vaatstra had de idee dat zij niet serieus werden genomen en dat de politiek het onderzoek overrulde. A104 ontkent dat in alle toonaarden. Niemand weerhoudt de politie van een diepgaand onderzoek naar een gepleegde moord; met andere woorden, indien het AZC direct in het onderzoek betrokken had moet worden, dan was dat geschied. A104 stelt dat hij niet de indruk heeft dat in het begin het AZC bewust buiten het onderzoek is gehouden. Volgens A104 heeft Vaatstra gelijk als hij zegt dat het 1e team veel heeft laten liggen. Hij benoemt ze niet. Ze staan in het rapport van Van Dijk. Op mijn vraag het rapport te mogen inzien, kreeg ik een negatief antwoord.

Het was destijds – bij de start van het eerste onderzoek naar de moord op Marianne – inderdaad een drukke periode voor de politie. Meerdere RBT’s draaiden. De mogelijkheid is aanwezig dat er in het Vaatstra-team minder ervaren rechercheurs zaten. Je probeert altijd ervaren en minder ervaren rechercheurs in een team te laten werken. Wellicht is dat in het 1e team door de drukte niet goed gelukt.

Natuurlijk zijn er altijd collegae die tegenspraak geven. Dat is volgens A104 goed. Blijkt het geen opbouwende kritiek te zijn en die kritiek tegendraads gaat werken dan moet die rechercheur (desnoods op eigen verzoek) het team verlaten. Het is inderdaad juist dat collegae uit het 1e team zijn opgestapt.

A104 (……….) aan geven wat er fout is gegaan. Daar is destijds voldoende en zeer professioneel mee omgegaan. Het 2e team heeft de volledige verantwoording genomen over de zaak Vaatstra. Er was kwaliteitsverbetering nodig en daar is aan gewerkt. In het 2e team zaten geen personeelsleden uit het 1e team. Volgens A104 hebben de gemaakte fouten in het 1e onderzoek niet geleid tot nadelen in het 2e onderzoek. Wel merkt hij op dat Vaatstra de schade – die in zijn visie door het 1e team is aangericht – niet kan loslaten. Nog immer is een tweetal rechercheurs op afroep beschikbaar voor het onderzoek. (………) Er is volgens A104 niets onder de pet gehouden.

Het rapport van de commissie Van Dijk is in het onderzoek ondergebracht omdat daarin ook opsporingsgegevens staan die betrekking hebben op het onderzoek. Gezien het feit dat het GVO nog loopt kan dus geen inzage worden verkregen.

4. (………..)
5. (………..)

Op 1 mei 1999 te 10.10 uur werd hij telefonisch geïnformeerd over de moord op Marianne. Zij was gevonden door vrienden van haar. Haar vader is door hen in kennis gesteld en is ter plaatse gegaan. Vaatstra heeft zijn dochter dus niet gevonden. A114 is niet op de Pd (plaats delict) geweest. (……..) Hoofdzakelijk waren collegae uit de omgeving in het RBT ingedeeld.

De rechercheur A115 was op de pd. Later assisteerde zijn collega A116 hem. Hij is uit het team gestapt omdat hij zich met bepaalde zaken/opvattingen niet kon verenigen. A110 was nauw betrokken bij de familie Vaatstra. (……….)

Er was een familiekoppel. Eén van de leden woonde ook in hetzelfde dorp van de familie. Vaatstra vond het geen goed koppel. A114 wel. Het koppel communiceerde goed. (………)

Op een bepaald moment kon het koppel het emotioneel niet meer aan. Heel veel verwijten werden geuit door de ouders van Marianne. Het team deed (kon) niets goed (doen). Heel veel klachten van mevrouw Vaatstra. Vanaf de eerste dag zeiden de ouders van Marianne dat het een zwarte dader moest zijn. Verkrachten en de keel doorsnijden doet geen blanke. Later focusten zij zich op de asielzoekers. Door die visie kon het team niet breken. In Buitenpost had onder andere A114 een ontmoeting met de familie Vaatstra, ouders en kinderen. De kinderen waren het met de strategie van het team eens. Dit in tegenstelling tot de ouders. (……….)

Er waren nog geen afgeronde modellen voor het opzetten van een RBT. Ook de infrastructuur was incompleet. Computers, software e.d. waren nog niet afgestemd. Dit alles moest nog op divisie niveau worden afgekaderd.

Het is volgens A114 juist dat het onderzoek op de Pd uitgebreider had gemoeten. In het second opinie onderzoek wordt dat ook verweten. Er zijn b.v. te weinig foto’s gemaakt. De Pd had veel uitgebreider onderzocht moeten worden.

Of dit de perfecte moord was, kon A114 niet beantwoorden. Wat is dat overigens, vroeg hij zich af. Wel valt op dat de dader weinig sporen heeft achter gelaten. Zo was het snijwerktuig niet meer op de Pd en waren geen voetstappen (van de dader) traceerbaar. Er zijn wel DNA sporen aangetroffen.

Het team heeft meerdere malen uitgebreid ”gespiegeld”. Wat hebben we nu aan materiaal en wie kan deze moord hebben gepleegd. Een ander verwijt van de second opinion commissie was dat het team te weinig handwerk had verricht. Daarmee wordt bedoeld een bepaald persoon uitrechercheren. In een enkel geval heeft het team een persoon eerder als verdachte moeten aanmerken om hem in- of uit te sluiten. Dat soort werkzaamheden vergt heel veel tijd. Het team heeft zich vervolgens op een andere werkwijze toegelegd. Er waren immers DNA sporen aangetroffen. Niet vastgesteld is kunnen worden welke bindmiddelen zijn gebruikt.

Welke werkwijze? A114 geeft dat schematisch weer. Je gooit een steen in een vijver en de golfjes welke die steen veroorzaakt, loop je na. Met andere woorden; men gaat vanaf de Pd tot een bepaalde omtrek (cirkel) rechercheren. Om deze werkwijze goed te kunnen benutten, zijn teamleden zich gaan oriënteren bij de Duitse politie. Een dergelijk DNA onderzoek binnen een straal van 15 kilometer is wetenschappelijk onderbouwd. Het blijkt dat die wijze van opsporen tot meerdere successen heeft geleid. Ook in Emmen heeft dat tot een gunstig resultaat geleid.

De politie (de districtschef, de waarnemend korpschef en de teamleiding), het openbaar ministerie (zaaksofficier De Graaf en een collega van hem) waren voorstander om op deze wijze het onderzoek te verrichten. Het voorstel liep bij de hoofdofficier van justitie te Leeuwaren spaak. Hij blokkeerde het voorstel. Hij heeft het verzoek van het team voorgelegd aan het college van procureurs generaal. Den Hollander heeft zijn besluit “beargumenteerd”. Hij vond dat het te ver afstond van de strafrechtspleging. Indien niet vrijwillig wordt afgestaan, zijn die personen dan verdachten? Dat ging Den Hollander te ver.

A114 merkt op dat een hoofdofficier die zelf niets ziet in een dergelijk onderzoek dat heel moeilijk – wellicht onmogelijk – aan het college objectief kan voorleggen. Het team heeft de korpschef en de hoofdofficier “laten opdraven” om over de DNA problematiek te discussiëren. Dat vonden beiden niet leuk. Voor het team en de (wnd)korpschef was de beslissing van de hoofdofficier een domper. Het team was absoluut niet alleen gefocust op het DNA onderzoek. A114 heeft de (stellige) overtuiging dat indien het DNA onderzoek wel was gehonoreerd dit tot een succes zou hebben geleid. Hij benoemde nogmaals de resultaten vanuit Duitsland en Emmen.

Een rechtzaak leidde evenmin tot het gewenste resultaat. De landsadvocaat heeft de zaak gewonnen. Er was aangeraden om niet naar de zitting te gaan. Tot voor de uitspraak was het team hoopvol gestemd. Helaas!

Vlak voor en tijdens het onderzoek naar de moord op Marianne draaiden (nog) meerdere RBT’s. (……….) Het team beschikte over goede rechercheurs. De koppels uit het veldonderzoek van die andere teams waren reeds teruggekeerd. Alleen de proces-verbaal coördinatoren waren niet beschikbaar. Een rechercheur is uit het team gestapt. De daadwerkelijke reden weet A114 niet. Die rechercheur was specialist. (………….) Omdat hij zo nu en dan werd ingezet, viel kennelijk zijn betrokkenheid bij het onderzoek weg. Hij voelde zich wellicht buitengesloten en vertrok.

De contacten met het AZC liepen via de reeds bestaande politiecontacten. Deze personen zijn zelfs binnen het recherche team gehaald. Zij waren geen rechercheur. Informeel had het team goede contacten met de leiding van het AZC. Toen was het afnemen van DNA materiaal nog niet aan de orde. Mevrouw Vaatstra vond dat dat onderzoek wel moest gebeuren. Er is vele malen contact opgenomen met de directrice van het AZC mevrouw Groeneveld. Zij was zeer coöperatief. Op de eerste dag van het onderzoek was het team reeds in het bezit van de lijst met daarop de namen van de cliënten en het personeel. Ook A114 heeft in het AZC gesproken met mevrouw Groeneveld. Zij had toen ook een klacht over het politieoptreden. Sommige politiemensen gingen iets te vrij te werk. Zonder haar te informeren liepen ze het AZC binnen en spraken met personen. In een later (wellicht te laat) stadium zijn vakantiegangers en andere bezoekers pas geïnventariseerd. Veel tips, ook afkomstig van de familie, zijn nagetrokken. De conclusies daarvan werden teruggekoppeld naar de familie. Ook de tips die leiden naar of kwamen uit het AZC werden grondig nagetrokken.

A107 heeft geparticipeerd in het team. Zijn inzet was minimaal.

A114 benoemt een bijzonder voorval tijdens het onderzoek. De aandacht werd gevestigd op een wandelaar die op klompen liep. Deze persoon had veel tegen. A114 is ervan overtuigd dat, indien er geen DNA materiaal was geweest, die persoon nu nog vast zat. Het team is niet beïnvloed of tegengewerkt door opmerkingen vanuit de (landelijke) politiek.

(…………) Het team heeft verschillende personen uit de wereld van de “helderzienden” geraadpleegd, zoals waarzeggers en roedewisselaars. Hun ideeën hebben tot geen resultaat geleid. Een medewerkster van het parket van het OM was ook vanuit het parket contactpersoon voor de familie Vaatstra. Zij ging niet altijd mee in het verhaal en het gedachtegoed van de familie Vaatstra. Dat leidde tot botsingen ook tijdens de gesprekken op het parket. A114 heeft meerdere sessies met het OM gehad. Die liepen naar zijn mening goed.

De officier van justitie De Graaf en Vaatstra lagen elkaar niet. Vaatstra wilde dingen horen die er gewoon niet waren. Wat de overheid zei was (per definitie) niet waar. Dan is het moeilijk converseren.

De hoofdofficier van justitie Den Hollander heeft volgens A114 geen empathie. Hij is stijf en straf. Hij is bang dat hij te veel zegt en gedraagt zich heel formeel. Zijn correspondentie is heel formalistisch en dat spreekt niet iedereen aan. A114 kan zich voorstellen dat die houding weerstand oproept (bij de familie).

De leden van het 1e team hebben het second opinion rapport (beoordelingsrapport) niet mogen lezen. A114 heeft op de kamer van een leidinggevende enige passages uit dat rapport mogen inzien. Vervolgens is in een x-aantal sessies de voor het team relevante passages besproken. Het team had enkele steken (zoals onderzoek op de PD, de buurt, de vakantieverblijven en de hotels) laten vallen.

Het team en de teamleiding waren verheugd dat een second opinion commissie werd benoemd. De teamleiding heeft geassisteerd bij de installatie van die commissie. De verhoormethode was niet altijd even prettig.

Het 1e team heeft wel een kater overgehouden over de opmerking in het rapport dat zij niet kritisch naar zichzelf had gekeken. Dat is absoluut ongegrond. Het 1e team heeft onder leiding van A107 verschillende evaluaties gehouden. De punten die het team daarin heeft besproken en bekritiseerd, komen later in het verslag van de commissie terug met die onjuiste conclusie.

A107 heeft van die evaluatiegesprekken veel geleerd. Hij zou dat ook aan papier toevertrouwen. Dat heeft hij nimmer gedaan. Jammer. Kennelijk wilde hij niet dat de kritische noten van het 1e team “buiten” zouden komen. Wellicht is daar, volgens A114, ook de korpschef debet aan. Mogelijk had hij de behoefte bepaalde items onder de pet te houden. Immers, een korpschef wil de baas zijn van het beste korps en scoren.

A114 heeft enkele bij hem bekende conclusies uit de evaluatiegesprekken wel uitgedragen. In gesprekken met rechercheurs uit andere korpsen heeft hij aangegeven wat er fout is gegaan. Natuurlijk zijn ook de positieve zaken in die kennisoverdracht aan de orde gekomen. (………..)

Het terughalen van (een) speurhond(en) die een spoor in de richting van het AZC volgde(n), is bij A114 geheel onbekend.

Binnen het team was nu en dan meningsverschil over de te volgen route. Dat hoort er bij en houdt de leden scherp. Eén rechercheur kon zich met bepaalde beslissingen niet verenigen. Hij wilde meer onderzoek binnen het AZC en dieper ingaan in het DNA traject. Hij heeft het team verlaten.

A114 is ervan overtuigd dat hetgeen Vaatstra aan tips heeft aangedragen deze tot op het bot zijn uitgerechercheerd. Op verzoek van een collega is zelfs een overledene opgegraven.

Het weerhouden van een DNA onderzoek onder politiemensen is A114 onbekend. Dat voor die groep geen categorie binnen het onderzoek zou zijn, is onzin. Dan maak je een nieuwe aan. A114 kan geen redenen noemen die het noodzakelijk zouden hebben gemaakt om politiemensen wel aan zo’n onderzoek te onderwerpen.

Indien de kennis, aanwijzingen en opmerkingen welke tijdens het 2e onderzoek zijn opgedaan, destijds bekend waren bij het team en daar naar gehandeld zou zijn, dan was het 1e team – dus zonder DNA toepassing – volgens hem nu nog aan het rechercheren. Thans is een cold case team op oproepbasis beschikbaar. Dat team trekt nieuwe aanwijzingen na.

A114 heeft nog enkele punten die hij graag nader wil onderzoeken, zoals de kennis en wetenschap die op de universiteit Leiden beschikbaar is aangaande de afstamming via het x en y chromosoom; rechercheren rond de (leef) omgeving van Marianne; (………);

nazien welke mensen daar destijds gewoond hebben en afname van DNA materiaal van veroordeelde TBS’ers die ambulant worden behandeld. (………..)

Destijds heeft het (de) team(leiding), hoofdzakelijk met betrekking tot de mogelijkheid van toepassen van DNA onderzoek, gesproken met leden van de 2e Kamer. Met de heer Diettrich hoofdzakelijk aangaande veroordeelden en met de heren Schutte en Rouvoet over de toepassing van DNA.

6. Via de secretaresse van de hoofdofficier is contact met hem gezocht. Na enige tijd laat hij via haar weten dat hij geen informatie over een lopende strafzaak wil verstrekken. Wel wil hij gegevens verstrekken aan officiële instanties die daarom vragen. Uit de discussie kwam niet naar voren wie dat zijn. Vervolgens heb ik haar het belang van een gesprek met de hoofdofficier en het inzien van het rapport voorgehouden. Op 14 maart 2006 sprak ik telefonisch met de hoofdofficier van justitie te Leeuwarden Den Hollander.

Den Hollander wil niet ingaan op hetgeen ik wens. Hij verstrekt geen informatie aan derden, dus ook niet aan een Kamerlid. Inzage in het rapport van de commissie is niet mogelijk. Het rapport is door een onpartijdige en onafhankelijke commissie samengesteld. (……….) De Minister van Justitie heeft hem gesteund in het tegenhouden van openbaarmaking van het rapport. Ook in de door hem genomen beslissing inzake het DNA beleid wordt hij door de commissie gesteund. Hierover wordt niet meer gediscussieerd.

Dat (ex)politiemensen en de familie Vaatstra daar anders overdenken is hem bekend. Dat is dan zo. Hij hoort al jaren deze opmerkingen. Zowel de politie als de familie Vaatstra is uitgebreid geïnformeerd. Op mijn vraag of het rapport integraal besproken is, werd geen duidelijk antwoord gegeven.

7. (………..) A106 had geen bezwaar om over het item aangaande handboeien via de mobiele telefoon te spreken. A106 is betrokken geweest bij het onderzoek. Het is hem niet bekend of de sporen op en rond de polsen op het lichaam van Marianne voldoende zijn bekeken en uitgerechercheerd. De verwondingen waren in ieder geval voor hem aanleiding om deze aan de hand van foto’s te laten onderzoeken door een lid van de technische recherche uit een andere politieregio. Deze heeft in zijn vrije tijd onderzoek gedaan. Proefondervindelijk (……..) heeft hij vastgesteld dat de verwondingen afkomstig moeten zijn van de ouderwetse handboeien. (………) Dat kan dus duiden op beroepsgroepen die handboeien draagt of “hobbyisten”.

A106 heeft dit aan Vaatstra medegedeeld en hij moet bekijken wat hij met die informatie doet. Via de raadsman of rechtstreeks contact opnemen met de politie. Dat kan ongetwijfeld tot bijzondere reacties leiden.
Vaatstra kan dat onderzoek niet laten doen, want hij is niet in het bezit van de foto’s. De beste optie is het onderzoek te laten uitvoeren door FSS in Engeland.

Het is A106 niet bekend of het 2e team daar aandacht aan heeft besteed. Het second opinion rapport heeft A106 niet ingezien. Wel heeft hij vernomen dat er weinig kritiek is op het recherche onderzoek. Hoofdzakelijk worden de procedures bekritiseerd, dat er geen juiste formulieren aanwezig waren en over de bureaucratische rompslomp. De korpsleiding wordt – volgens hem – het een en ander verweten.

8. Na het gesprek op 27 maart 2006 met de heer Nawijn diezelfde dag de voor Vaatstra relevante conclusies aan hem doorgegeven. Vaatstra vermeldde onder andere het volgende. (……..)

Vaatstra raadt aan een getuigenverhoor van alle politiemensen uit het 2e onderzoek af te nemen en A111, A 118 en Groeneveld te horen. (………) (………) De uitspraak dat mw. Groeneveld niet wil meewerken aan de moord op Marianne staat letterlijk in de Panorama. Vaatstra zoekt het desbetreffende nummer op. (Opm rapporteur. In de Panorama van 4 juli 2001 staat het interview. Mw. Groeneveld houdt een interview af en verwijst naar de COA. Volgens mij kun je die uitspraak niet zien als “niet willen meewerken aan een moordonderzoek”)
Vaatstra heeft in tegenstelling tot hetgeen Den Hollander beweerd De Graaf niet één keer persoonlijk gesproken. Wel was De Graaf een keer bij een vergadering. Vaatstra wil hem nog steeds ondervragen. Den Hollander spreekt, volgens Vaatstra, ook in dat opzicht niet de waarheid. Vaatstra houdt nog immer vol dat het AZC destijds direct in het onderzoek meegenomen had moeten worden. Het second opinion rapport kent hij niet. Den Hollander heeft dat niet met hem besproken. Van politiemensen hoorde hij wel eens wat, maar nimmer heeft hij integraal kennisgenomen. (Opm rapporteur. In een persverklaring van Den Hollander dd. 17 mei 2002 staat: “Hedenmorgen heb ik samen met de korpschef de familie Vaatstra persoonlijk ingelicht over de dingen die hiervoor aan de orde kwamen.”) Den Hollander werd in de periode dat het onderzoek liep HovJ. Hij heeft de familie ongeveer 6 weken na de moord uitgenodigd op zijn parket. De Vaatstraa’s waren toen nog niet buiten geweest. Een man met weinig inlevingsgevoel, vindt Vaatstra. Op een receptie bij de burgemeester waren ook de heer en mevrouw Vaatstra aanwezig. Den Hollander liep langs hen heen alsof hij ze niet kende.

9. Op 3 april 2006 sprak ik telefonisch met mevrouw Groeneveld. (……….). Ze begrijpt niet waarom ik haar wil spreken. In korte bewoordingen heb ik mijn verzoek verduidelijkt. Zij geeft aan niet mee te willen werken. Zij verwijst mij naar het COA. Na haar te hebben aangegeven dat meerdere personen over haar en over het AZC hebben gesproken, geeft ze te kennen dat haar dat niet interesseert. (…………)Haar antwoord is resoluut: ik wil niet meewerken. Bovendien heeft zij niets op met de groep Nawijn. Een andere reden haar over te halen tot een gesprek, is dat zij recht heeft op wederhoor. Daar had ze nog niet bij stilgestaan. Zij bleef bij haar eerder gegeven antwoord.

10. (………) A118 wil geen aanbevelingen aandragen. Het initiatief ligt bij rapporteur. Hij wil op mijn opmerkingen wel duidelijk zijn visie geven. In de andere situatie zou dat betekenen dat hij als parkeerwachter zijn carrière moet beëindigen. A118 kent het second opinion onderzoek. Hij heeft in geen van beide teams gewerkt. A119 was rechercheur in het 2e team. A119 heeft enkele passages uit het rapport kunnen lezen. Volgens hem ging het hoofdzakelijk om aanbevelingen. Die werden voor het 2e team het uitgangspunt. Het is A118 onbekend waarom de leiding het inzien van het rapport zo heeft afgehouden. Het staat hem bij dat hij in A120 het dossier moest ophalen en dat hij de rapportage niet meekreeg! Bij de start van het 1e onderzoek waren er volgens A118 nog geen draaiboek en structuren om een dergelijk team op te starten beschikbaar. Rechercheurs waren geselecteerd om in een dergelijk team na oproep plaats te nemen. De direct leidinggevende was daar niet aangehouden. Hij moest iemand leveren en kon diegene sturen die hijzelf verkoos. Dat betekende dat niet altijd de beste rechercheur werd gestuurd. Een team werkte onderleiding van de chef recherche van het district alwaar het misdrijf had plaatsgevonden. Een vreemde keus, want die persoon kan dus geen enkele ervaring hebben met het opstarten van en leiding geven aan een dergelijk team.

Volgens A118 en A119 had A117 geen ervaring op dat gebied. Niet aangaande het opstarten en evenmin aan het leidinggeven aan een dergelijk team. (……..) A117 was uitstekend in zijn vorige functie. Daarin was hij een kei. A121 en Vaatstra lagen elkaar niet. (………..) Later bleek dat de moeder van één van de jongens die het laatst met Marianne was gezien, “bevriend” was met de echtgenote van een politieman. Zij waren beiden lid van dezelfde club. DNA onderzoek sloot deze jongen als dader uit. De technisch rechercheur, was voor het Pd onderzoek niet de best aangewezen TR man. In het 2e onderzoek is door de Pd en het Pd-onderzoek nog eens stevig de stofkam gehaald. Kennelijk was het onderzoek destijds toch goed gedaan, want het heeft geen nieuwe feiten opgeleverd. (……………)

Vermoedelijk zijn de polsen van Marianne met een (…………)handboei (…………..) Handboeien (…………..)sporen op de pols achterlaten. (………) Bij de sectie is daaraan vermoedelijk te weinig aandacht besteed. Dit is verder niet uitgerechercheerd. Een verder onderzoek kan hoogstens aan de hand van de foto’s plaatsvinden.
Het onderzoek binnen het AZC is niet goed verlopen. Wie daadwerkelijk de beslissing heeft genomen om niet direct aldaar op onderzoek uit te gaan, weet A118 niet. Volgens hem heeft de (landelijke) politiek daar destijds veel invloed op gehad. Het (…….) klimaat (ook van de leiding van het COA) zal daar ongetwijfeld aan hebben bijgedragen.

Het aantal en welke personen daar verbleven zal nooit bekend worden. Men kon in en uitlopen. Vrienden, familie of anderen konden naar binnen. Wellicht waren daar honderd personen meer aanwezig dan op de cliëntenlijst is vermeld. Nu zou een dergelijk centrum direct worden “omsingeld”. Gezien het huidige politieke klimaat zal nagenoeg niemand daar een probleem van maken. De naam Groeneveld zegt beiden niets. Zoals eerder aangegeven zijn thans structuren in het systeem aangebracht. Personen worden nu langs een “criteria meetlat” gelegd. De kans is groot dat daardoor personen die in het 1e en 2e onderzoek bijzondere aandacht kregen wederom in de kijker komen. Destijds zijn veel personen aan DNA onderzoek onderworpen. Grootschalig DNA onderzoek heeft niet plaatsgevonden. Daar is geld en capaciteit voor nodig. A118 wist niet dat destijds geld beschikbaar was.

Het bevreemdt hem dat van politiemensen geen DNA materiaal is afgenomen. Er is wel binnen het team over gesproken doch enkelen waren daar op tegen; dus ging het niet door. A118 wil niet suggereren dat de dader in die groep moet worden gezocht. Je mag die personen niet uitsluiten. De politie is immers een afspiegeling van de samenleving. Recent is een (……….) tot een zedendelict veroordeeld, doch men is “vergeten” van hem DNA materiaal af te nemen. Zijn (afwijkend) gedrag was (…………) langere tijd bekend.

Op de Pd is een spoor van een fietsband aangetroffen. Een zeer specifiek spoor van een (……….)merk. In Nederland komt dat model sporadisch voor. Frappant is dat een dergelijke band is aangetroffen op een fiets die in het politiebureau van Bergum is aangetroffen. Rechercheren naar de eigenaar heeft niets opgeleverd.
Het is A118 en A119 bekend dat destijds het team, de officier van justitie en de waarnemend korpschef voor een grootschalig(er) DNA onderzoek opteerden. De korpschef Wagenaar, de hoofdofficier van justitie en later het college van procureurs-generaal waren tegen. A118 en A119 stellen dat alsnog getracht moet worden een groot DNA onderzoek te verwezenlijken. Dat genereert heel veel werk. Uitgangspunt is dan de situatie die bestond op de dag van de moord. Zowel in de omgeving van de Pd en in een bepaalde cirkel rond de vorige en huidige woning van de familie Vaatstra moet dat plaatsvinden. Bovendien – gezien de huidige kennis is dat mogelijk – willen zij een verdere uitdieping van het DNA materiaal dat op het slachtoffer is aangetroffen. Hierdoor kan een bijzonder daderprofiel ontstaan (een soort paspoort) waardoor verschillende personen kunnen worden in- en uitgesloten. Zij betreuren dat het NFI slechts aangeeft dat er wel of geen hit is. Bij het vergelijken van vingerafdrukken moeten voor het bewijs twaalf overeenkomsten zijn. Indien tien overeenkomsten worden vastgesteld, verneemt de rechercheur dat. Bij DNA onderzoek wordt geen gradatie meegegeven; het is ja of nee. A118 en A119 willen dat alsnog DNA onderzoek wordt gedaan bij de politiemensen en bij personen in de omgeving van de Pd en de huisadressen van de familie. Dit alles herleidt naar de tijd van toen.

(…………..) Hopelijk kan via de Kamer of de media dit voorstel worden aangedragen. Zij zouden dat bijzonder toejuichen. Dat het onderzoek nog steeds gaande is, is te danken aan de familie Vaatstra. Zij hebben de korpsleiding en het openbaar ministerie constant “bestookt” met vragen. Samen met de pers hebben zij voor elkaar gekregen dat een second opinion onderzoek heeft plaatsgevonden. Normaliter zou deze zaak overgedragen zijn aan de districtsrecherche en zou het nu ergens op een plank liggen. (……………)

A118 kent de brief die de hoofdofficier van justitie aan de familie Vaatstra heeft geschreven. Hij heeft de inhoud van de brief ook met Vaatstra besproken. Volgens A118 wil de officier van justitie De Graaf wel met de familie Vaatstra om de tafel. Hij wordt daar echter van weerhouden door de hoofdofficier Den Hollander. Het ware beter geweest als Den Hollander een gesprek had toegestaan. Mocht dat door inzet van Nawijn wel plaatsvinden dan moet het gesprek plaatsvinden op het niveau van de familie; dus geen dure woorden, maar in de taal die de familie spreekt. (………..) (………..).

11. Hij was destijds (………….) lid van een familiekoppel. A111 kende Vaatstra. Hij had hem ontmoet tijdens een bijeenkomst (…………..) A111 stelde voor om als contactpersoon op te treden. Dat is gehonoreerd. (…………) Na een aanloopperiode had hij goed contact met de familie. Het rapport heeft A111 gelezen. Hij kan niet exact de inhoud weergeven. In het rapport staan veel kritische opmerkingen. Het is hem bekend dat de aanbevelingen door het 2e team zijn overgenomen. Het is best mogelijk (hij glimlacht) dat A111 zich ooit heeft uitgelaten in de trant van “het rapport heeft geen spaan heel gelaten van het 1e onderzoek” Hij kan zich dat niet zo herinneren. Wel staat hem bij dat de media zich op soortgelijke wijze heeft uitgesproken. De opmerking vindt hij toch gechargeerd. De familie Vaatstra (ouders en kinderen) zijn door de korpschef en de hoofdofficier van justitie op het parket in Leeuwarden over de uitkomst van het second opinion onderzoek geïnformeerd. A111 was daar niet bij. Hij weet dus niet welke facetten zijn besproken. Na de bijeenkomst zijn A111 en zijn collega als familiekoppel aan de familie voorgesteld.

Na de bespreking van (gedeelten uit) het rapport met de familie is de media geïnformeerd. Het AZC is destijds onder druk van de politiek niet bekeken. Dat lag heel gevoelig. Na een dag of drie is het AZC in het onderzoek meegenomen. Destijds was het een komen en gaan. A111 kan zich heel goed voorstellen dat Vaatstra zeer ontstemd is dat het AZC niet direct is bekeken. Nu kan nimmer meer worden vastgesteld welke personen zich daar toentertijd daadwerkelijk ophielden.

De directrice heeft destijds het horen van het personeel tegengehouden. A111 is ervan overtuigd dat door druk van de familie Vaatstra, de gebroeders Anker en Peter R. de Vries een second opinion heeft plaatsgevonden.
A111 vindt het jammer dat niet direct is gerechercheerd op politiemensen (die dienst hadden), taxi- en buschauffeurs. Ook de bewoners van een opvanghuis, voor psychisch gestoorden, dat in de omgeving van de Pd staat, zijn niet direct in het onderzoek meegenomen. Volgens A111 is Vaatstra over een x-aantal personen of punten ontevreden.

A108 was arrogant (hij zou binnen enkele weken de zaak oplossen) Justitie durfde het AZC niet binnen te gaan
De voorlichting van en de communicatie met het OM was slecht Het afhouden van een gesprek met ovj De Graaf. A111 merkt op dat de familie Vaatstra niet altijd genuanceerd naar buiten trad. Dat leidde tot vertroebeling.

12. (……….) Officier van justitie De Graaf heeft met Den Hollander de afspraak gemaakt dat hij geen uitlatingen doet over de zaak Vaatstra. Eventuele vragen lopen via het parket Leeuwarden. De Graaf weet dat de familie Vaatstra daarover bij brief is geïnformeerd. Indien Den Hollander toch overgaat tot een gesprek met de familie dan neemt De Graaf daar met alle genoegen deel aan. Gezien de hiërarchie wil De Graaf ook niet op persoonlijke titel een gesprek met mij aangaan.

13. Ik heb getracht A109 uit te nodigen. Hij wil daar vooralsnog niet op in gaan en verzoekt een “nadenk” periode. Hij heeft destijds bijzondere aanvaringen gehad met de teamleiding aangaande het uit te voeren beleid. Hij is het eigenlijk vergeten (achter de rug). Opnieuw oprakelen ziet hij vooralsnog niet zitten. (……..)

14. (…………) Op 1 mei 1999 werd A123 opgeroepen voor zijn inzet in het RBT dat de moord op Marianne moest onderzoeken. (…..……..) De overige bemensing bestond uit vaste oproepkrachten. Niet alle collegae kende hij. (…………) De lijnchef Van Essen was procesbewaker.

De zaaksofficier was mr. De Graaf. Een zeer goede officier van justitie. Hij zat er boven op. Hij was zeer kritisch. Natuurlijk hadden het team en De Graaf gezonde meningsverschillen. Dat hoort er bij. In goed overleg kwamen beiden daar altijd uit. Bij de opstart was mr. Severein wnd hoofdofficier van justitie. Enkele weken later trad Den Hollander aan. (…………..)

Het team was gevestigd in het bureau Buitenpost. De teamleden gebruikten de normale werkplekken van anderen alsmede de kantine en de vergaderzaal. Het team (tussen de 25 en 30 rechercheurs) beschikte over eigen computersystemen, aangelegd door ict’ers, vaste formulieren en checklisten. Rond 13.00 was het team operationeel. Een algemeen beeld is dat mensen na veertien dagen wat kribbig worden. Ze willen hun eigen werkzaamheden op hun eigen werkplek afhandelen. Dat is dan vaak de aanleiding dat een RBT verkast naar een andere locatie met (meer) ruimte, alwaar men de dagelijkse werkzaamheden van andere collegae niet frustreert. Het team werd overgeplaatst naar het bureau Bergum. Destijds was voor een Pd onderzoek nog geen Pd-management. De processen waren toentertijd nog niet gewaarborgd. Marianne is gevonden door vrienden en zij hebben Vaatstra gewaarschuwd. Voor de politie ter plaatse was, waren deze mensen al op de Pd. Ook een ambulance en ambulancepersoneel. Door toeval hebben deze mensen en de ambulance een andere route gevolgd dan de dader (en het slachtoffer), zodat geen sporen zijn vernield. (………….)

De technisch rechercheur A124 is een ervaren en gekwalificeerd politieman. Het veilig stellen van de polsen was hoofdzakelijk gericht op het afnemen van DNA materiaal. Daarbij is niet daadwerkelijk gelet op de eventueel achtergebleven vezels van bindmateriaal. (………..) Op de Pd is het lichaam van Marianne op DNA materiaal bemonsterd. Meerdere DNA materialen zijn afgenomen. De profielen komen overeen. Tijdens het onderzoek is naar voren gekomen dat te weinig (detail) foto’s zijn gemaakt. Wellicht uit piëteit, hetgeen eigenlijk geen rol mag spelen maar begrijpelijk is. Mogelijk is er destijds niet bij stilgestaan dat dergelijke foto’s later voor bepaalde onderzoeken van cruciaal belang kunnen zijn. In die tijd bepaalde de technische recherche het optreden op de Pd. Thans is dat een team dat onderzoek doet, bestaande uit een leider, technische- en tactische rechercheurs. Rond de Pd zijn inderdaad sporen van een fietsband en (………..) aangetroffen. Deze profielen zijn veiliggesteld.

Het team heeft niet kunnen vaststellen op welke wijze een fiets, met een soortgelijk bandprofiel, op het bureau in Buitenpost terecht is gekomen. In maart 1999 was deze fiets bij de politie als vermist aangemeld.
A123 verstrekt rapporteur gedetailleerde gegevens aangaande de sporen op de Pd, de gevolgde route, de vermoedelijke gedragingen van zowel het slachtoffer als de dader, het daderprofiel alsmede de sadistische werkwijze van de dader. Na verloop van tijd heeft het 1e team (samen met de patholoog anatoom) het materiaal en de sporen op de Pd opnieuw bekeken. Op deze Pd is heel veel gebeurd. Aldaar is Marianne verkracht, gewurgd (vermoord) en achtergelaten. De dader had alles onder “controle”. Deze man heeft nagedacht hoe te handelen voor, tijdens en na het plegen van het misdrijf. Ongetwijfeld heeft hij ook de locatie van te voren bepaald. Mede aan de hand van aangetroffen sporen, empirische onderzoeken en met ondersteuning van (gedrags)deskundigen is een daderprofiel gemaakt. Het team heeft voor 100% zekerheid dat het aangetroffen DNA materiaal van de dader is. Dat werd de kern van het verdere onderzoek.

Om die reden werd een aantal projecten gestart. Zo is krachtig gerechercheerd op personen met (zeden) antecedenten, vrienden, familie in de ruimste zin en kennissen. Ook binnen het AZC is gerechercheerd. De bewoners van het AZC werden niet meer of minder dan andere personen betrokken in het onderzoek.
Deskundigen, eerstens afzonderlijk en later gezamenlijk, en politiemensen hebben een daderprofiel vastgesteld. De uitkomst was de basis voor het verdere onderzoek. Eén (met name genoemde) deskundige is afgehaakt en is later door de onderzoekscommissie gehoord. Zijn visie is voorspeelbaar. Hij vond het “niks” Ook is informatie ingewonnen in Amerika en Engeland. Empirische onderzoeken gaven nog meer aanwijzingen over de dader en zijn afkomst. Het moet een man zijn tussen de 20 en 45 jaar en hij heeft een relatie met het gebied. (Opm rapporteur. Verdere specificaties worden in dit rapport niet weergegeven.) Het team, de wnd korpschef en de officier van justitie De Graaf wilden een grootschalig DNA onderzoek binnen een gefaseerde straal van 15 kilometer. Binnen de eerste ring van 5 kilometer viel ook het AZC. In Duitsland had het team zich eveneens georiënteerd, vooral met betrekking tot het opzetten van een dergelijk project. Ook bij diverse korpsen in Nederland heeft het team zich laten informeren. De hoofdofficier Den Hollander torpedeerde het verzoek. Later gesteund door het college van procureurs-generaal. De start van het verzoek ligt begin 2000.

Peter R. de Vries heeft nog getracht via een kortgeding alsnog een dergelijk DNA onderzoek te laten instellen. Voor A123 en ook voor vele andere teamleden is het weerhouden van een dergelijk onderzoek een gemiste kans. Nimmer kan met zekerheid worden gesteld dat het onderzoek tot de dader zou hebben geleid. Volgens de wetenschappers en empirische onderzoeken was de kans van slagen bijzonder groot. Bovendien was de opinie niet tegen en wilden bewoners van het AZC meewerken. In totaal zou het maximaal om 20.000 profielen gaan.

Nu is het opstarten van een dergelijk onderzoek nagenoeg niet meer mogelijk. Vele mutaties hebben binnen die cirkel(s) plaatsgevonden. Dat op te zetten onderzoek – dus eerst 5, daarna 10 en vervolgens 15 kilometer – werd breed gedragen binnen de politie en door diverse leden van het openbaar ministerie. Het is A123 niet bekend welke positie de korpschef daaromtrent had ingenomen. De waarnemend korpschef was in ieder geval voorstander.

Voor het onderzoek was dit de beste kans tot slagen geweest. Den Hollander is bang. Een andere (met name genoemde) hoofdofficier van justitie had zijn nek in een dergelijke belangrijke zaak wel uitgestoken en het DNA onderzoek toegestaan. Het team moest vervolgens overgegaan naar een op dat gebied beperkter onderzoek. Er werd een derde punt aan het profiel toegevoegd “dader indicatie”. Ook werden in het onderzoek de TBS’ers met de korpscode Friesland nagetrokken. In het begin van het onderzoek vingen we DNA materiaal af. Dat was toen legaal. Later veranderde de wetgeving en de techniek. Mogelijkheden uit ander materiaal dan bloed tot het vaststellen van profielen waren verbeterd en wettelijk toegestaan. DNA materiaal mocht niet meer worden “afgevangen.” Alleen van de politieambtenaren die op de Pd zijn geweest, is DNA materiaal afgenomen. Dat politieambtenaren hebben geweigerd tot een binnen die groep groter DNA onderzoek in te stellen, is A123 onbekend. Het is A123 niet bekend of het second opinion team in haar rapport aandacht heeft besteed aan het (grootschalige) DNA onderzoek. Volgens A123 doen over het niet optreden van de politie binnen het AZC de wildste verhalen. Het is absoluut niet zo dat het AZC de eerste dagen buiten schot is gebleven. Evenmin is de politie vanuit de politiek weerhouden binnen het AZC onderzoek te verrichten. Het team had geen enkele (extra) indicatie dat de dader zich aldaar zou ophouden. Vreemdelingenrechercheurs zijn aan het team toegevoegd en hebben de eerste dag de benodigde gegevens verkregen. De publieke opinie zocht de dader wel binnen het AZC. Dat heeft tot wanordelijkheden geleid. Aan de teamleden werd voorgehouden dat zij in de breedte onderzoek moesten doen en zich niet alleen mochten focussen op het AZC.

Een bewoner heeft de eerste dagen wel bijzondere aandacht gekregen omdat hij eerder met zijn hand een snijbeweging ter hoogte van zijn strottenhoofd maakte. Dat hadden Marianne en haar vrienden gezien. Het AZC is – gelijk aan andere wijken en buurten – in het onderzoek meegenomen. Er was geen enkele reden dat het team zich meer op die bewoners richtte dan op andere personen. Het team heeft de bewoners van het AZC niet ontzien.

De contacten met de directrice mw. Groeneveld liepen hoofdzakelijk via A114. Soms deed ze moeilijk. Zij wilde dat de politie mensen hoorden na overleg en als het haar uitkwam. Dat wilde de politie niet. Het team wilde mensen horen als dat noodzakelijk was en zo werd ook gehandeld. De cliëntenlijst kende vele mutaties door vertrek van asielzoekers. De zogenoemde MOB’ers (vertrek met onbekende bestemming).

Dat het personeel niet met de politie mocht praten is A123 onbekend. Evenmin weet hij van de diefstal van persoonsgegevens van asielzoekers uit de auto van mw. Groeneveld. Ali Hussein H. is daadwerkelijk de persoon die wij zochten. Dat hij niet dé Ali is, wuift A123 weg.

Mohammed A. uit Afghanistan is gehoord en is niet de dader. Dat Severein heeft aangegeven dat mw. Groeneveld informatie zou hebben achter gehouden, zegt A123 niets. De opdracht tot een second opinion onderzoek is gegeven door het OM. A123 was ook voorstander van een dergelijk onderzoek. Na jaren is het best goed dat anderen een dergelijke zaak bekijken.

Toen het rapport was uitgebracht mochten de leden (en leidinggevenden) van het team dat niet lezen. Wel kregen zij “alles over hen heen” maar geen inzage. Waarom dit wel en dat niet was gedaan. Er werd over het team gesproken maar niet met het team. Wat in het rapport stond, was waar. De uitkomst werd klakkeloos overgenomen. Het team had een slecht onderzoek verricht.

A123 voelde zich gekwetst en machteloos. De terugkoppeling – tijdens enkele sessies – was in algemeenheden. Na enige tijd heeft A123 het onderzoeksrapport gedeeltelijk mogen inzien. Dat was op een kamer van en onder toezicht van een (met name genoemde) leidinggevende. Dat heeft hij geweigerd. Later heeft hij het wel ingezien.

Het betreft een tactisch- en een technisch deel. Voor zover er een beleidsdeel is, heeft hij dat niet gezien. A123 vond het gedeelte dat hij heeft gelezen niet kritisch. Op detailniveau werden opmerkingen gemaakt. Bij veel personen die in het onderzoek voorkomen zijn opmerkingen gemaakt. Bijvoorbeeld; waarom een bepaald iemand niet verder was bekeken of waarom er geen DNA materiaal van hem was afgenomen. Deze door het team niet verrichte werkzaamheden waren duidelijk onderbouwd en in een database vastgelegd. Dus niets nieuws.

Zo herinnert A123 een onderzoek naar een vriend van Marianne. Na afstaan van DNA materiaal bleek dat hij niet de dader was. De commissie plaatst kanttekeningen bij dit gegeven en vraagt zich af waarom de contacten van die jongen niet op DNA zijn onderzocht. De inhoud van het rapport viel A123 tegen. De commissie dacht traditioneel. Veel rechercheren. Dat is volgens A123 wel mogelijk bij normale criminelen, maar niet bij de persoon die zij zochten. Die persoon leidt een gewoon (normaal) leven en valt niet op. Hetgeen de commissie over de verschillende personen schrijft, was al eerder onderkend door het team. Ook het team kwam tijdens evaluaties tot de conclusie dat er fouten waren gemaakt of dat onderwerpen niet voldoende aandacht hadden gekregen. Deze werden – indien mogelijk – hersteld. De genoemde delen heeft A123 niet in z’n geheel gelezen. Te technisch. Een overall rapportage heeft hij niet gezien. Ook niet over beleidslijnen. Destijds heeft A123 daar wel naar gevraagd. Als blijkt dat een dergelijke “overall” rapportage er wel is, dan heeft die (met name genoemde) leidinggevende naar mij gelogen.

De korpsleiding moet door de commissie nader zijn geïnformeerd of er is nog een deel. Hetgeen A123 heeft gelezen is puur inhoudelijk op detailniveau. A123 heeft een slecht gevoel aan het second opinion onderzoek overgehouden. Aan de zaken die door het team voor een 2e keer zijn onderzocht en lijnen welke het team heeft aangehouden is de commissie voorbijgegaan. Toch werd het team daarop aangesproken. Leden van het team en een officier van justitie kregen hierdoor (fysieke- en) psychische klachten en zijn lange(re) tijd uit de running geweest.(Opm. rapporteur. Onder punt 15 geef ik aanvullende informatie over het rapport.). Het 2e team heeft de aanbevelingen uitgevoerd. Eigenlijk heeft dat team de draad opgepakt en is verder gegaan. Enkele rechercheurs hebben het 1e team verlaten. A116 omdat er voor hem geen werk meer was en A109 omdat hij het niet eens was met de uitgezette beleidslijnen. Het was zijn keuze het team te verlaten. (…………) Speurhondengeleiders zijn absoluut niet belemmerd in hun werk. Het is een fabel dat speurhonden van een spoor in de richting van het AZC zijn afgehaald.

A123 betreurt het dat de korpschef tijdens een werkbezoek aan het politiebureau, alwaar ook het team was ondergebracht, geen aandacht aan het team heeft geschonken. (…………) A123 stelt voor om met de hedendaagse (technische) mogelijkheden alsnog op innoverende wijze de beschikbare materialen en sporen nader te onderzoeken. Ook de kritische blik van (gedrags) wetenschappers is van harte welkom.

Het verkrijgen van een nog duidelijker daderprofiel met behulp van het Y chromosoom is raadzaam. Hoewel het veel energie zal kosten, is een uitgebreid DNA onderzoek nog steeds wenselijk. De verhuismutaties zijn daartoe gedurende lange tijd bijgehouden. (……..)

15. (…………) Volgens A124 bestaat het rapport uit meerdere delen. Een technisch gedeelte en een deel over de leiding van het korps en het openbaar ministerie. Het staat hem bij dat die leidinggevenden een veeg uit de pan hebben gekregen. (……….) Inhoudelijk was A124 het op diverse punten absoluut oneens. Gedurende het onderzoek was daar reeds aandacht aangeschonken en waarnodig ook gerepareerd of opnieuw onderzocht. Tijdens een evaluatie was dat duidelijk aan de orde geweest. Omdat A124 zich ergerde heeft hij het rapport als het ware diagonaal gelezen. A123 heeft het volledige rapport dus niet mogen inzien. (………)

A124 vindt het nog steeds jammer dat in het belang van het onderzoek geen grootschalig DNA onderzoek heeft plaatsgevonden. Het verzoek werd breed gesteund en was uitstekend onderbouwd. Onderzoeken vanuit Amerika en Engeland en de aanbevelingen van zes (gedrags) deskundigen lagen aan het verzoek ten grondslag. Het is en blijft een gemiste kans. Concluderende opmerkingen.

1. (Grootschalig) DNA onderzoek.
Op beperkte schaal is DNA onderzoek verricht. De teamleiding stelde voor om aan de hand van vergaarde kennis en brede (wetenschappelijke- en empirische) orientatie nader DNA onderzoek te verrichten. Het verzoek was deugdelijk onderbouwd. DNA onderzoek binnen een straal van 15 kilometer leidt veelal tot de aanhouding van een verdachte. Het team, de (wnd)korpsleiding en twee officieren van justitie waren voorstander van een dergelijk onderzoek. Financiële middelen waren daarvoor vrijgemaakt. De hoofdofficier van justitie Den Hollander blokkeerde deze opsporingsmethode. Volgens hem komt de strafrechtspleging onder druk te staan. Het geconsulteerde college van procureurs-generaal ondersteunde de visie van de hoofdofficier. Een door derden aangespannen rechtzaak is door hen verloren. Het team heeft nog steeds de idee dat het DNA onderzoek tot succes zou hebben geleid. Vermoedelijk is het besluit van de hoofdofficier in de rapportage van de beoordelingscommissie bekritiseerd. De hoofdofficier staat nog steeds achter zijn besluit. Het bevreemdt politieambtenaren en burgers dat destijds geen DNA materiaal van politieagenten is afgenomen. Getracht moet worden om de situatie van destijds te verkrijgen en alsnog binnen een bepaalde straal gezien vanuit de woning van de familie als vanuit de Pd DNA materiaal te vergaren. Ook politiemensen moeten in dat onderzoek meegenomen worden. Vermoedelijk heeft de commissie geconcludeerd dat een groter DNA onderzoek wenselijk was geweest. (………….)

2. Onderzoek bij FSS.
Frappant dat A106 dit gegeven aan Vaatstra vertelt. Eveneens is merkwaardig dat het team dat onderzoek vanuit haar eigen discipline kennelijk (nog) niet heeft verricht. Indien het gegeven op waarheid berust, en daar lijkt het op, betreft het een cruciale fout. Een technisch rechercheur van een andere politieregio heeft op verzoek proefondervindelijk vastgesteld dat dergelijke verwondingen veroorzaakt worden door handboeien. Indien uit het Engelse FSS onderzoek blijkt, dat de verwondingen zijn ontstaan door het aanleggen van en geboeid zijn met handboeien leidt dat wellicht naar een tot nu toe buiten schot gebleven doelgroep. Gedacht wordt aan beambten die “wapens” mogen dragen zoals politiemensen, beveiligers en aan “hobbyisten”. (…………..) Vaatstra kan dit onderzoek wel entameren, doch nimmer eigenhandig laten uitvoeren. Hij beschikt namelijk niet over het noodzakelijke onderzoeksmateriaal. (…………) Een nader onderzoek kan alleen aan de hand van fotomateriaal worden gedaan. (………….)

3. AZC
De afscherming van asielzoekers (b)lijkt niet op waarheid te berusten. De directie van het AZC heeft ruimschoots haar medewerking verleend en zijn reeds op de eerste dag lijsten van cliënten en personeel ter beschikking van het team gesteld. Dit gegeven wordt in het verdere onderzoek ondermijnt of onderschreven. Er zijn diverse onderzoeken in het centrum verricht en verschillende personen zijn verhoord. De familie Vaatstra zal hun beeld daaromtrent waarschijnlijk nimmer wijzigen tenzij……… iemand anders die visie overtuigend kan wegnemen.

Een moordenaar die dergelijke verwondingen toebrengt is een “zwarte”. De politie heeft – vooral volgens de visie van mw. Vaatstra – die groep niet voldoende onderzocht. Het is bijzonder dat de officier van justitie Severein de familie Vaatstra heeft medegedeeld, dat de directrice van het AZC belangrijke informatie bewust heeft achtergehouden. Welke informatie wilde hij destijds niet aangeven. Volgens de recherche was die informatie niet zo belangrijk (meer). Een journalist van Panorama kreeg in een interview met haar te horen “ik kan en wil niet meewerken aan het oplossen van de moord”. Deze gegevens zijn door Vaatstra aan rapporteur per e-mail aangereikt. In de Panorama van 4 juli 2001 staat het interview. Mw. Groeneveld houdt een interview af en verwijst naar de COA. Die uitspraak mag je niet lezen in de trant van “niet willen meewerken aan een moordonderzoek”

Lijsten met de namen van cliënten en personeel zijn uit de auto van de directrice gestolen. Ondersteuning is vooralsnog niet gevonden. Destijds heeft de (landelijke)politiek de politie- en de OM leiding ervan kunnen weerhouden direct onderzoek te doen in het AZC. De directrice heeft het personeel verboden met de politie te praten. Deze opmerkingen worden niet door het volledige team gedeeld. Het AZC verleende wel medewerking. Via de familie of andere personen gaven personeelsleden toch informatie aan de politie. De directrice is door rapporteur benaderd voor commentaar. Zij wil niet meewerken en heeft niets op met de groep Nawijn. (………….)

4. Uit het onderzoek gestapte politieambtenaren.
Er zijn inderdaad politiemensen uit het onderzoek gestapt. Zij konden zich niet verenigen met het beleid of de onderzoeksmethodieken. Eén rechercheur wilde meer onderzoek doen binnen het AZC en in het DNA traject. Een andere rechercheur vond dat hij te weinig werd ingezet, zodat zijn betrokkenheid wegviel. (………..)

5. Second Opinion onderzoek.
De second opinion commissie is een onafhankelijke commissie. Zij heeft ongetwijfeld een objectieve visie in haar beoordelingsrapport gegeven. Het laat zich aanzien dat de weergave van het rapport op selectieve wijze door (de) leidinggevenden is uitgedragen en besproken. Een lid van het team kreeg kort de tijd een afgebakend gedeelte in te zien. Ook anderen kregen beperkte inzage.

Conclusies lijken door de korpsleiding onder de pet te zijn gehouden. Het afgehouden DNA onderzoek schijnt bekritiseerd te zijn. Een gegeven is dat door het 1e team (opsporings)fouten zijn gemaakt. De korpsleiding van de regio Friesland en het openbaar ministerie te Leeuwarden krijgen een sneer. Het is vreemd dat de integrale rapportage onder het GVO regiem is gebracht. Ongetwijfeld zal in het rapport concrete onderzoeksinformatie vermeld staan. Het andere gedeelte mag m.i. publiekelijk worden. Het beoordelingsrapport van de commissie dient in ieder geval integraal aan de groep Nawijn ter beschikking te worden gesteld. Het nu geschetste beeld zet vele vraagtekens. Den Hollander blijft wars. Hij stelt het rapport niet ter beschikking.

6. Gesprek met OM (OvJ De Graaf)
De hoofdofficier van justitie handelt te formeel. De officier mr. De Graaf dient ruimte te maken om met Vaatstra een gestructureerd gesprek te voeren. Het kan veel ongenoegen en wellicht onjuiste beeldvorming wegnemen en in ieder geval bijdragen tot een goede rouwverwerking. OvJ De Graaf heeft aangegeven dat hij met de familie Vaatstra wil praten. Hij heeft daar toestemming voor nodig van Den Hollander. Een dergelijk gesprek kan wellicht onderleiding van de hr. Nawijn worden gevoerd. (…………) (…….) (Gedeelten uit) het rapport zijn met de familie voor de publicatie besproken.

7. (……………)

8. Sporen fiets.
Hier ligt een open einde. Het is mij (nog) niet bekend of dit type fiets aan het publiek is getoond. Conclusie.
De familie Vaatstra blijft van mening dat politie en justitie fouten hebben gemaakt en dat zij die fouten eens moeten toegeven. Ook het openbaar ministerie is niet open en wijst elke vorm van kritiek op zeer formalistische wijze af. Een gesprek met OvJ De Graaf wordt niet toegestaan. De visie dat de moordenaar een AZC’er moet zijn, blijft een ingeworteld gegeven. Ook dat daar onvoldoende op is gerechercheerd, zit de familie dwars. Evenzo het weigeren tot een grootschalig DNA onderzoek.

De rapportage van de commissie wil de familie inzien. De politie heeft de mogelijkheid gehad de moordenaar van Marianne aan te houden. Zij heeft die kans door fouten en/of onwil van het openbaar ministerie laten liggen.
Tot zo ver in een nutshell de visie van de familie Vaatstra. De familie lijkt op een x-aantal punten het gelijk aan hun zijde te hebben. Ook het tegengestelde is waar. Bepaalde (ingewortelde) visies worden (in dit rapport gedeeltelijk) ondermijnt. In een gesprek kunnen deze wellicht verkeerde inzichten worden weggenomen.
Het is raadzaam om de aangegeven onderzoeksmogelijkheden onder de loep te nemen en deze uit te voeren. Wachten op een volgend ernstig zedenmisdrijf – met de mogelijkheid dat de dader wederom ontkomt – is uit den boze. Een politieteam verricht onderzoek binnen de door het openbaar ministerie aangegeven kaders. De officier van justitie is leider onderzoek. Het ware beter als de korpschef en de hoofdofficier van justitie algehele openheid (naar de politiemensen) hadden betracht. Nu blijft een zweem hangen. Dat veroorzaakt(e) onrust en heeft helaas tot “slachtoffers” binnen de politie en het OM geleid. Dit alles had voorkomen kunnen worden. Een reden tot deze starheid is voorlopig onbekend.

Aandachtspunten:

inzage rapportage van de commissie Van Dijk;
(…………)
onderzoek “handboeien”
entameren gesprek tussen de familie en OvJ De Graaf
(………….)
DNA
Sporen fiets
Meerdere personen aanhoren
Combinatie van 3, 6 en 7


By on 10:29
Marianne Vaatstra: Mysterieuze tipgever ontmaskerd?

Wie is toch “Martijn hofman” alias “MM hofman”, die over – verdacht veel – informatie zou beschikken over de onopgeloste moord op de – destijds 16 jarige – Marianne Vaatstra. Deze ‘anonieme’ tipgever die via een duistere omweg e-mails – boordevol informatie – zou hebben verzonden, werd door schrijver ‘Bart Bakker’ uitvoerig behandeld in zijn boek. Het bleek echter een onmogelijke opgave te zijn om deze persoon te achterhalen. Het kon natuurlijk iedereen zijn die ‘anoniem’ deze berichten onder ‘deze namen’ doorstuurde. Maar was dit eigenlijk wel zo’n moeilijke opgave? Was het misschien allemaal niet veel makkelijker dan men destijds dacht? Waren deze e-mails werkelijk anoniem, of waren ze gewoon wel degelijk afkomstig van iemand met de naam ‘Martijn Hofman’?
 
Het ‘toeval’ wil namelijk dat in het gastenboek op de website www.mariannevaatstra.nl – een website van de familie Vaatstra – een bericht is geplaatst door ene “Martijn” die gebruik maakt van de nickname: “mmhofman”. Dit bericht is geplaatst toen nog helemaal niemand afwist van de mysterieuze tipgever.
 
Op 21-02-2006 schreef “mmhofman” het volgende: “Beste ouders, Op nu.nl las ik dat jullie door een onbekende stalker werden getreitert. Wat erg dat er iemand is die jullie op zo’n wijze en met die onderwerpen jullie het leven moeilijkt maakt. Ik hoop van ganser harte dat de moordenaar en de stalker gepakt en zwaar gestraft zullen worden. Sterkte in jullie verdriet. Martijn”

Mmhofman 
 
Bij dit bericht liet deze Martijn nog wat interessante informatie achter, die in het gastenboek tevoorschijn komt, door simpelweg met de muis over de symbolen onder zijn bericht te bewegen. Hierdoor verschijnen het e-mailadres “mmhofman@zonnet.nl” – en de website “www.martijnhofman.nl“. De eigenaar van deze website blijkt tot op heden - op diverse websites - nog steeds gebruik te maken van – jawel – de nickname: mmhofman. En zo lijkt de ‘onmogelijke zoektocht naar de mysterieuze tipgever’ dus – mogelijk – in werkelijkheid een stuk eenvoudiger te zijn dan gedacht.

11 mei 2011
By on 10:48
Marianne Vaatstra: sekte op steenworp afstand?
?

Marianne vaatstra 
De onopgeloste moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra draagt alle tekenen van een occult of satanisch offerritueel. Dit was in 2005 de conclusie van zeven deskundigen uit politie- en justitiekring, die in opdracht van de familie een daderprofiel opstelden.
 
Volgens dit profiel zou de dader een man zijn die handelt vanuit extreem pathologische waanideexebn. Er zou bij hem sprake zijn van occulte en/of satanische fascinatie. De moord zou zijn uitgevoerd volgens een offerritueel. Hij zou hechten aan occulte symboliek.( Nacht 30 april op 1 mei (Walpurgisnacht/Beltane), volle maan, van oorsprong een geweide plaats in Veenklooster, vindplaats Marianne onder een oude boom (meiboom) etc. ) Het daderprofiel lijkt in eerste instantie misschien – voor sommigen – wat ver gezocht. Maar is dat wel het geval, of zit er mogelijk – wel degelijk – een kern van waarheid in?

't-lichtpunt 

“Lichtpunt Kollumerzwaag dekmantel voor sekte?”. Zo meldde het Nieuwsblad van het Noorden – op 5 september 1996 - drie jaar voor de gruwelijke moord op Marianne. Volgens een clixebnt van het advocatenkantoor Pool & Hengst in Rijnsburg – de Hagenaar R Naeff – waren het opvanghuis en het gezinsvervangend tehuis Colleheim een dekmantel voor een satanische sekte.  Volgens Pool & Hengst waren er x92sterke aanwijzingenx92 dat er sprake zou zijn van strafbare feiten. Zo zouden onder leiding van een hogepriesteres niet alleen dieren maar ook kleine kinderen zijn misbruikt.
 
‘t Lichtpunt aan de Foarwei in Kollumerzwaag – niet ver van de plaats waar Marianne werd aangetroffen – werd rond 1978 in het leven geroepen door de gezamenlijke kerken. Er zouden in het centrum verschillende bijeenkomsten worden gehouden, en mensen die in geestelijke nood verkeerden zouden er tijdelijk op adem kunnen komen.

't lichtpunt - kollumerzwaag 
Administratief medewerker Robert Naeff – clixebnt van Pool & Hengst – beweerde destijds echter dat het centrum lang niet zo onschuldig zou zijn.  Hij was er heilig van overtuigd dat de ogenschijnlijk vriendelijke activiteiten van ‘t Lichtpunt een dekmantel zouden zijn voor een sekte die er duistere praktijken op na zou houden. Hij zou al jaren – tevergeefs – hebben geprobeerd om in contact te komen met zijn – volgens hem – zwakbegaafde vriend Anton, die volgens hem onder valse voorwendselen naar het centrum zou zijn gelokt. Anton zou – volgens Naeff – aan ene Anneke zijn gekoppeld, die getrouwd was en twee kinderen had. Naeff beweerde dat het paar werd aangespoord kinderen te krijgen met als doel het af te staan aan de satanische sekte. Toen echter uit doktersonderzoek bleek dat er iets mis was met Anneke’s baarmoeder – en bleek dat ze nooit meer zwanger zou kunnen worden – zou zij kort daarop sterven aan een – volgens de advocaat – beweerdelijke hersenbloeding. Zowel Anton als haar ex-man zouden niet bij de begrafenis aanwezig mogen zijn, en werden niet ingelicht over waar ze is begraven.
 
Anton zou na het overlijden van zijn vriendin zijn opgenomen in het gezinsvervangend tehuis Colleheim. De directie van dit tehuis werd ervan beschuldigd Anton tegen zijn wil vast te houden. Een medewerker van Collenheim beweerde iets geheel anders, en moest lachen toen hij de naam ‘Anton’ hoorde. De geruchten zouden – volgens hem – al jaren spelen. Hij beweerde dat Anton zich prima zou vermaken en zo vrij als een vogeltje zou zijn. De woordvoerder die namens Colleheim – in deze kwestie – de pers te woord stond was destijds echter – opvallend genoeg – niet bereikbaar voor commentaar. Een goede vriend van Naeff en Anton – Ronald Maaks uit Den Haag – gaf aan dat hij de – naar eigen zeggen – makkelijk bexefnvloedbare Anton in 1991 met een smoes heeft weten mee te lokken. “Ik kende hem niet terug, hij gaf mij sterk de indruk dat hij bang was voor die mensen” vertelde Maaks. De politie heeft Anton uiteindelijk weer naar Colleheim gebracht.
Lichtpunt---kollumerzwaag 
Pastoraal werker – Bram van Dijken – van ‘t Lichtpunt gaf aan dat hij het liefst om de hele kwestie wilde lachen, als de zaak niet zo serieus was. “Naeff kan zijn gelijk niet krijgen. Hij gaat tot in lengte van jaren door. Laat hem alstublieft naar de rechter stappen. Hij blijft maar doorgaan, hij roept maar wat”. Reageerde hij. Woordvoerder R. Wijmenga – van Justitie in Leeuwarden – gaf destijds aan dat Naeff inmiddels bij justitie en politie bekend was. Zij zouden de zaak door de politie hebben laten onderzoeken. Er kwam – volgens hem – niets ander uit dan dat er relatieproblemen waren tussen de mannen. En er zou – volgens hem – geen aanleiding zijn geweest voor een nader onderzoek. Maar nu er een officieel verzoek lag voor het instellen van een strafrechtelijk onderzoek zou justitie opnieuw in de zaak duiken.
 
Advocaat Mr. M. Hengst was echter niet overtuigd geraakt van het door justitie ingestelde onderzoek. Volgens hem scheen er een politieman met Anton te hebben gesproken of hij het naar zijn zin had in colleheim. En dat was – volgens de advocaat – het hele onderzoek. Daarom had hij bij justitie aangedrongen op een meer uitgebreider onderzoek.
 Ype schaaf
Op 12 september 1996 raakte ‘t Lichtpunt wederom in opspraak na een uiterst opmerkelijk incident. Toen Ype Schaaf – als woordvoerder van ‘t Lichtpunt – werd gexefnterviewd, gaf de dominee voor het oog van de camera een kind – van slechts 12 jaar oud – een harde mep. Tijdens de opnames probeerde de knaap in beeld te komen. Dat ervoer de voormalige x92televisiedomineex92 als hinderlijk en bracht hem – naar eigen zeggen – uit zijn concentratie waardoor hij zijn zelfbeheersing moet hebben verloren “Een mens maakt fouten reageerde Schaaf die aangaf normaal niet zomaar iemand te slaan. Dat zijn gedrag des te opmerkelijker is omdat hij televisie-ervaring heeft wuifde de predikant weg.

FogelsanghState It lytse slot It lytse slot veenklooster Landbouwmuseum veenklooster 
Pieter van der zwaag – oprichter van ‘t Lichtpunt – is tevens eigenaar van het landgoed Fogelsanghstate. Dit ligt direct gelegen aan de kenningswei, waar Marianne destijds werd gevonden. Hier organiseerde hij tevens – met zijn ‘Comitxe9 Dienst te Velde’ – het jaarlijkse Pinksterzendingsfeest. Tevens werd hij eigenaar van “It Lytse slot” en is hij sinds 2000 eigenaar van het plaatselijke landbouwmuseum, beiden direct gelegen bij zowel het landgoed Fogelsanghstate als de kenningswei. Een ander opvallend detail is dat de herenfiets – die destijds in een sloot bij Marianne werd aangetroffen – afkomstig bleek te zijn van een persoon van ditzelfde museum.

22 april 2011
By on 07:27
Albert Drent begint nieuw kinderdagverblijf

Drent_795670d 
Albert Drent, Oud-directeur van kinderdagverblijf 't Hofnarretje is van plan een nieuwe kindercrxe8che te openen. Sinds afgelopen donderdag staat de nieuwe eenmanszaak ingeschreven onder de naam 'Vlinderhof BV' op hetzelfde adres waarop tot voor kort 't Hofnarretje stond ingeschreven.

Nadat het nieuws rond de grote Amsterdamse zedenzaak naar buiten kwam, kwamen er tevens opmerkelijke feiten boven water over Drent. Zo zouden er regelmatig – bij hem thuis – slaapfeestjes zijn geweest. De feestjes stonden onder leiding van de opgepakte medewerker Edwin R.

''De feestjes werden door mijn ex georganiseerd. Wanneer een kind vier werd kwamen ze op zaterdag met een groepje van vijf, zes, zeven. Ik bakte pannenkoeken en 's avonds keken we een filmpje. Ze sliepen in de logeerkamer en de volgende dag kwamen de ouders na het ontbijt." Aldus Drent

Ook bleek dat hij in de jaren negentig is ontslagen bij kinderdagverblijf De Kameleon in Amsterdam wegens niet nader omschreven ontoelaatbaar gedrag. Hij vertelt dat dat te maken zou hebben met een meisje van negen maanden oud waarbij een arts vaginale afscheiding had aangetroffen. Hij verklaart dat hij hier niks mee te maken heeft, dat hier geen aangifte over is gedaan en dat hij nooit is veroordeeld.

Het Openbaar Ministerie (OM) deed onderzoek naar de slaapfeestjes, maar werd – opmerkelijke genoeg – niet als mogelijke verdachte aangemerkt. Naar aanleiding van de conclusies van de commissie-Gunning is justitite inmiddels wel  een nieuw onderzoek begonnen naar Drent. Bij monde van zijn woordvoerder Paul Vermij laat hij weten dat hij daaraan volledig zal meewerken. Onderzocht wordt of rond de grote Amsterdamse zedenzaak sprake is van nalatigheid in het toezicht op de crxe8che en of Drent regels in de Wet op de Kinderopvang heeft overtreden. x84Het is geen onderzoek naar medeplichtigheid. Laat dat duidelijk zijnx94, stelt Vermij namens Drent.

20 april 2011
By on 07:37
Robert M. en Richard van O. voor de rechter

 Hofnarretje

Naast Jan R. verschijnen donderdag ook Robert M. – hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak – en zijn partner Richard van O. voor de rechter.

M. werkte van 2007 tot en met juni 2009 bij kinderdagverblijf "het Hofnarretje" in Amsterdam. In augustus 2009 werkte hij negen dagen op "De Toverlantaarn". Van oktober 2009 tot en met januari 2010 werkte hij bij "Jenno's Knuffelparadijs. Daarnaast bood hij zichzelf – via internet – aan als oppasser. M. wilde ook – samen met zijn echtgenoot Richard van O. – een eigen crxe8che beginnen.

M. heeft misbruik van 83 kinderen bekend bij de crxe8ches het Hofnarretje en Jenno's Knuffelparadijs. Ook maakte hij slachtoffers als oppas. De tenlastelegging bestaat uit slechts twee pagina's met twee concrete zaken en meerdere andere gevallen waar nog nader onderzoek voor nodig is. Het precieze aantal zaken wordt niet gemeld. In 2003 werd M. In Duitsland al veroordeel wegens het bezitten en verspreiden van kinderporno. Hij kreeg destijds een voorwaardelijke celstraf van een jaar.

Zijn echtgenoot is medeverdachte in de zaak. Justitie denkt dat deze Richard van O. een jongen heeft gedwongen tot ontucht. Van O. wordt ervan verdacht dat hij tussen 1 januari 2001 tot 31 december 2005 alleen of met anderen, door geweld of andere bedreigingen een persoon heeft gedwongen tot plegen van een of meer ontuchtige handelingen. ook zou hij een groot aantal cd-roms met kinderporno hebben vervaardigd.

M. wordt bijgestaan door – maar liefst – drie advocaten - Wim Anker, Jan Boksem en Tjalling van der Goot – van het bekende advocatenkantoor 'Anker en Anker'.

17 maart 2011
By on 08:41
Jan R. voor de rechter

Jan r 
De rechtbank in Lelystad behandelt donderdag voor het eerst de zaak tegen Jan R. – de 50-jarige eigenaar van kinderdagverblijf "Onze Boerderij" in Ens – die wordt verdacht van ontucht met minstens vijf jonge meisjes – tussen vier en twaalf jaar oud – die op de opvang zaten.

Nadat de ouders van twee meisjes vorig jaar aangifte hadden gedaan, werd Jan R. – in december vorig jaar – aangehouden. Na zijn aanhouding kwamen nog meer aangiftes binnen.

Tijdens een pro-formazitting – die donderdag plaats zal vinden –  komt de zaak voor het eerst voor de rechtbank aan de orde en kunnen de advocaat van Jan R. en het Openbaar Ministerie hun wensen voor nader onderzoek aan de rechtbank voorleggen. Het is nog niet bekend wanneer de zaak inhoudelijk zal worden behandeld.


By on 07:55
Brandende vragen over moord op Marianne Vaatstra

Vaatstra 
Op 1 mei 1999 – vroeg in de morgen – werd het levenloze lichaam van Marianne Vaatstra gevonden in een weiland te Veenklooster. Het – destijds 16-jarige – meisje bleek op ongekend gruwelijke wijze te zijn misbruikt en omgebracht. Wie deze gruweldaad op zijn geweten heeft is na bijna 12 jaar nog steeds een groot raadsel.

Op 30 april ging Marianne met haar vriendje Spencer – en zijn vriend Wietse – Koninginnedag vieren in Kollum. Haar ouders waren in de veronderstelling dat Marianne veilig met een taxi huiswaarts zou keren. Een portier – van Discotheek “Paradiso” – verklaarde destijds dat hij Marianne - samen met Spencer en Wietse – de discotheek heeft zien verlaten. Vanaf dit punt is alles wat er die nacht verder heeft afgespeeld een groot mysterie.

Ondanks de belofte om met een taxi naar huis te gaan, beweerden Spencer en Wietse dat zij per fiets – met Marianne achterop – naar het treinstation te buitenpost waren gefietst. Hier zouden zij vervolgens een fiets hebben gestolen voor Marianne. Verderop zou zij – het laatste stukje naar haar ouderlijk huis – alleen verder zijn gefietst. Dit blijkt echter een totaal ongeloofwaardige verklaring. Het treinstation te buitenpost ligt namelijk zodanig buiten hun route, dat het niet de moeite waard zou zijn geweest om daar een fiets te stelen. Sterker nog, het was voor hen makkelijker – en korter – geweest om Marianne gewoon thuis af te zetten. Spencer en Wietse zouden later die nacht nog door ooggetuigen zijn gezien. Ditmaal zonder Marianne.

‘s morgens nam de vader van Marianne contact op met de ouders van Spencer. Marianne was die nacht niet thuisgekomen. Spencer beweerde echter van niets te weten, en ging vervolgens met Gerrit op zoek naar Marianne. Onderweg kreeg hij een telefoontje van Aafie Kloosterman – een vriendin van Marianne – die op dat moment – samen met Hans Veenstra – ook naar haar op zoek waren. In een sloot vlakbij het ouderlijk huis van Marianne had zij een fiets aangetroffen. Spencer en Gerrit waren daar niet ver vandaan, en waren vrij snel ter plaatse. Het viertal liep vervolgens het weiland in, waar op dat moment mensen aan het werk waren. Hans Veenstra liep verder het weiland in, en hij trof – als eerste – het lichaam van Marianne aan.

Marianne bleek op gruwelijke wijze te zijn verkracht en gewurgd. Daarna was op brute wijze haar keel doorgesneden. Er waren verschillende kledingstukken van Marianne doorgesneden, zonder daarbij snij- of prikwonden achter te laten.Dit bleek later een bron voor vele speculaties over een mogelijke dader. De dader moest hiervoor namelijk zeer behendig zijn geweest met een mes, zoals het geval is bij bijvoorbeeld een slager, of chirurg.

De handen van Marianne waren vastgebonden geweest. Het bindmiddel was na de moord door de dader meegenomen. Verder beweerde de politie destijds een schoenafdruk – afkomstig van een zeldzame werkschoen – en een fietsbandenspoor te hebben aangetroffen. Deze fiets zou later zijn teruggevonden bij een politiebureau in de buurt. De fiets die in de sloot was aangetroffen bleek niet van Marianne te zijn, maar van Jan Kloppenburg van het plaatselijke landbouwmuseum. Hij beweerde dat de fiets was gestolen, en gaf aan geen idee te hebben hoe de fiets daar terecht was gekomen. Verder bleek er door verschillende getuigen die nacht een Donkere auto te zijn gesignaleerd bij het plaats delict.

Tijdens de nacht van de moord op Marianne vond tevens het Walpurgisnacht plaats, ook wel Beltane genoemd. Het was die nacht volle maan, Marianne werd gevonden bij een meiboom, en haar keel was doorgesneden. Hierdoor werd een link gelegd met het occultisme, en een mogelijk satanisch rituele moord. Ook een daderprofiel – dat door zeven deskundigen uit politie- en justitiekringen werd gemaakt - wees in deze richting.

Het misdrijf zou volgens justitie hebben plaatsgevonden in het weiland waar Marianne was gevonden, maar klopt dit wel? Tijdens een interview met Panorama beschreef Spencer het moment dat hij Marianne – samen met Hans, Aafie, en Gerrit – destijds aantrof. Hij vertelde: “Marianne lag op haar buik. Haar kleding was deels opgestroopt en naar beneden getrokken. Ik zag snijwonden in haar hals en verder had ze alleen een wondje aan een hand. Er was geen bloed te zien. Nergens. Op haar lichaam niet en op de grond niet.” Indien dit verhaal van Spencer de waarheid is, dan zou dit zeer opmerkelijk zijn. Wanneer iemand namelijk op brute wijze om het leven is gebracht – zoals het geval is bij Marianne Vaatstra – dan is het uiteraard onmogelijk dat op de plek waar dit heeft plaatsgevonden geen enkel bloedspoor te vinden is. Spencer was destijds in bijzijn van 3 andere personen, waaronder xe9xe9n van de beste vriendinnen van Marianne. Zij hebben dit verhaal van Spencer nooit op geen enkele wijze tegengesproken. waarom ging de politie er dan destijds gemakshalve van uit dat de vindplaats tevens de plaats was waar het misdrijf had plaatsgevonden? Als dit verhaal van Spencer klopt, dan wijst alles er namelijk juist op dat het op deze plek helemaal niet plaats heeft kunnen vinden.

Jaren later bleek de politie sporen te hebben achtergehouden. Een tas van Marianne bleek destijds bij haar te zijn aangetroffen. De politie bleek dit jarenlang te hebben verzwegen, en gaf plotseling deze tas inclusief inhoud terug aan de familie van Marianne. hierin vonden zij o.a. een – voor hen – onbekende aansteker. Het betrof een zeer zeldzame nep-playboy aansteker. Alhoewel de aansteker de merknaam “playboy” bevatte, leek deze in geen enkele opzicht op het desbetreffende merk. Op de aansteker was een cartoonachtig meisje – met bunny oren afgebeeld, die in het geheel niet leek op het welbekende logo van Playboy. Er was – in dit geval – dus geen sprake van een bewuste namaak van een echte playboy-aansteker, maar leek meer een soort parodie hierop te zijn. Van deze opmerkelijke aansteker is nooit een gelijksoortig exemplaar gevonden, zelfs niets wat hier ook maar enigszins op leek. Waar en van wie deze aansteker vandaan komt, en hoe deze terecht is gekomen in de tas van Marianne is nooit achterhaald. Wel bleek later een naam op de aansteker te zijn gekrast. De naam: “Zacolis”.

 Aansteker
Spencer, het vriendje van Marianne kwam  – na de gruwelijke moord op zijn vriendin – enorm in opspraak. Ook de ouders van Marianne hielden hem persoonlijk verantwoordelijk voor wat hun dochter was overkomen. Zijn belofte om een taxi voor Marianne te regelen was hij immers niet nagekomen. Per post ontving hij o.a. bedreigingen, zijn eigen overlijdensadvertentie, en een kaartje van een taxibedrijf met daarop de geschreven boodschap: “Belofte maakt schuld”.

De moord veroorzaakte een enorme onrust. Vrijwel meteen werd er met beschuldigende vinger gewezen richting het nabijgelegen asielzoekerscentrum. Velen waren er heilig van overtuigd dat de dader hier moest worden gezocht. Er volgden demonstraties, die uitliepen in massale vechtpartijen. Er werd een comitxe9 opgericht genaamd “AZC Nee”. xc9xe9n van de leden van dit comitxe9 was Hilly Veenstra, moeder van Hans Veenstra, die Marianne als eerste in het weiland aantrof. Zij werd door de rechtbank Leeuwarden – naar aanleiding van een toespraak – veroordeeld wegens discriminerende uitlatingen.

Om geld in te zamelen voor de familie van Marianne werd in november 1999 – door inwoners van Friesland in samenwerking met advocatenkantoor Anker & Anker – het ‘steuncomitxe9 Vaatstra’ opgericht. Later besloot Bauke Vaatstra, de vader van Marianne zelf een onderzoek te starten naar de moord op zijn dochter, en richtte samen met o.a. Chris van den Berg, Gerrit de boer en Hilbrand Nawijn de ‘Marianne Vaatstra Stichting’ op. De stichting loofde tevergeefs een grote beloning uit voor ‘de gouden tip’. Hilbrand Nawijn is na een fikse ruzie – met de vader van Marianne – per direct uit de stichting gestapt. De stichting ging zonder hem verder, en bestaat vandaag de dag nog steeds.

Ook Bart Bakker kreeg slaande ruzie met Bauke Vaatstra, nadat de onderzoeker – zonder zijn medeweten – een boek uitbracht over de zaak van zijn dochter. Bakker gaf hiervoor als verklaring, dat Bauke zich volledig zou hebben bemoeid met de inhoud van het boek, als hij er wxe9l van op de hoogte zou zijn geweest. Bakker zag een mogelijke connectie met SM- en seksclubs in Friesland. x93Door een tip van een politieman, die ik zwart op wit heb, heb ik een grote interesse gekregen in prostituees die in de periode van de moord werkzaam waren in SM- en seksclubs in Frieslandx94, schrijft Bakker. x93Ik sluit niet uit dat de moordenaar van Marianne Vaatstra een vaste bezoeker was van deze clubs. Ik roep prostituees, of mensen uit die wereld, op om alsnog informatie aan mij door te geven als zij iets weten.x94

Twee feiten moeten volgens Bakker nog nader worden onderzocht. x93Dit zijn de psychiatrische patixebnten die in de buurt van de plek hebben gewoond waar Marianne Vaatstra is omgebrachtx94, zegt hij. x93Een rechercheur uit het eerste onderzoeksteam was daar woedend over dat daar niet meteen op is gerechercheerd. Later is dit niet meer gebeurd. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat de dader een blanke man moet zijn, midden c.q. West Europees. Een feit is dat het daderprofiel aansluit bij het zogenaamde Post Traumatisch Stress Syndroom. Ik heb dit syndroom nader onderzocht. Het past precies in het profiel van de moordenaar. Wie hadden last van het Post Traumatisch Stress Syndroom? Een groot aantal van de militairen die in Srebrenica heeft gezeten en daar de meest afschuwelijke dingen hebben gezien en op 10 en 11 juli 1995 tijdens de massamoorden in doodsangst verkeerden. Veertig procent van de Dutchbat-soldaten die in Srebrenica zaten tijdens de val van de moslimenclave, heeft psychologische hulp nodig gehad. Een aantal van hen is nu, twaalf jaar na dato, nog steeds onder behandeling. Spoor daarom alle militairen op die anno 30 april 1999, ten tijden van de moord op Marianne, rondom Zwaagwesteinde hebben gewoond en neem van hen DNA af. Het profiel van de schoen van de dader, kan zomaar van een militair zijn. Daar komt bij dat de moord past in de gruwelijkheden die de voormalig militairen ten tijden van de val van de enclave in Srebrenica hebben meegemaakt. De rechercheteams uit het verleden hebben nimmer aan deze mogelijkheid gedachtx94.

Daarnaast schreef Bakker in zijn boek over een anonieme tipgever die onder de namen ‘Martijn Hofman’ en ‘MMHofman’ diverse e-mails stuurde. Deze persoon bleek – volgens Bakker – over verdacht veel informatie te beschikken.

Er zijn verschillende verdachten geweest, maar de dader heeft men nooit weten te traceren. Ook werd mogelijke betrokkenheid van seriemoordenaars zoals o.a. Willem van Eijk en Dieter Zurwehme onderzocht. Maar zij bleken na DNA onderzoek geen van beide de dader te zijn. In augustus 1999 gaf justitie Leeuwarden aan op zoek te zijn naar twee asielzoekers, die kort na de moord waren verdwenen. In eerste instantie werden de mannen gezocht omdat ze mogelijk als getuigen meer konden weten, maar later werd de Irakees – Ali Hussein Hassan – een verdachte. Hij werd later in Turkije aangehouden, maar uit DNA-onderzoek bleek dat hij niet de dader kon zijn.

Vorig jaar kwam het programma “Exe9n Vandaag” met een reeks afleveringen waarin werd gesuggereerd dat destijds in Turkije een verkeerde – Ali Hussein Hassan – zou zijn aangehouden. Volgens enkele getuigen zou er nxf3g een Ali Hussein Hassan bestaan. De Ali – die destijds op een opsporingsfoto werd afgebeeld – was volgens hen kleiner en dikker dan de Ali die in Turkijke zou zijn aangehouden. Zij kwamen tot deze conclusie naar aanleiding van een interview met – de in Turkije aangehouden – Ali. Uit foto- en beeldmateriaal blijkt echter – zoals wij in een vorig artikel al schreven – dat het er wel degelijk naar uit ziet dat de juiste Ali destijds is aangehouden. De Ali van de opsporingsfoto en de Ali uit het interview lijken namelijk - vrij duidelijk - xe9xe9n en dezelfde persoon te zijn. Eind januari 2011 bracht justitie hierover een rapport naar buiten, waaruit blijkt dat dit tevens is onderzocht en bevestigd door het NFI.

Ali-vergelijking 
De moord op Marianne Vaatstra houdt de gemoederen na bijna 12 jaar nog steeds bezig, en roept een hoop vragen op. Waarom ging Marianne niet – zoals beloofd – per taxi naar huis? Waarom kwamen Spencer en wietse met het ongeloofwaardige verhaal dat zij met Marianne – via een omweg – naar het treinstation in buitenpost zouden zijn gefietst? Waarom ging Spencer de volgende morgen met Gerrit op zoek naar Marianne, waarom niet met Wietse? Waar was Wietse die morgen eigenlijk? Wat deed de fiets van Jan Kloppenburg in de sloot? Waarom hield men lange tijd de tas van Marianne geheim, en hoe kwam de mysterieuze aansteker hierin terecht? Wie is toch Martijn hofman alias MMHofman, die verdacht veel informatie had over deze zaak. Hoe komt het dat er – ondanks de gruwelijke verwondingen die zijn toegebracht - helemaal geen bloedsporen te zien waren? Heeft het misdrijf wel in dit weiland plaatsgevonden? Maar de grote vraag blijft: Wie is er verantwoordelijk voor dit gruwelijke misdrijf, waar een ongschuldig 16-jarig meisje het slachtoffer van is geworden.

3 maart 2011
By on 09:06